Monthly Archives: January 2003

Calla – Televise

Arena Rock

Het is jammer dat ze afgeschaft zijn, die kwartjes. Ik zou er nu wel één kunnen gebruiken namelijk. Want het heeft me toch aardig wat draaibeurten gekost voordat het kwartje wilde vallen bij Calla. Misschien kwam het doordat Televise, het derde album van deze naar New York vertrokken Texanen, zo somber en donkergrijs (wat erger is dan zwart) klinkt en ik daar niet aan toe wil geven in deze donkere tijden. Wat je namelijk hoort op Televise is een wel hele diepe bas, beetje weirde scherpe gitaren, zeer sobere drumpartijen (ik zou het bijna geen drummen willen noemen) flarden samples en de slome lage stem van zanger Aurelio Valle. Hij klinkt van tijd tot tijd bijna als de zoon die Robert Smith en Ian Curtis nooit zouden kunnen hebben. Als ik een gooi zou moeten doen naar een vergelijking dan zou ik ergens uitkomen tussen Nick Cave en My Bloody Valentine met flarden Godspeed! You Black Emperor. Bij “Strangler” dacht ik even dat Calla een wel heel bizarre variant in ging zetten van “Something’s Gotten Hold of My Heart” van Gene Pitney, maar het was alleen het eerste zinnetje dat overeenkomst had met deze klassieker, verder gaat de vergelijking ook qua tekst echt niet op. Fenomenaal blijkt na enkele luisterbeurten met de koptelefoon “Pete The Killer” met in de achtergrond een distortion gitaar die af en toe naar de voorgrond komt en dan weer naar de achtergrond verdwijnt terwijl de bas rustig laag door blijft rollen. Erg mooi. Het verbaast me niets dat zowel Godspeed! You Black Emperor als Sigur Ros Calla al gepolst heeft voor een voorprogramma, want samen zouden ze best wel eens voor een bijzonder live-avondje kunnen zorgen. Oh ja laat je niet misleiden door de naam van het platenlabel “Arena Rock Recordings“. Want voordat gedrocht in Amsterdam-Zuid er was, was er al dat kleine zaaltje dat ook Arena heette. En dat is precies waar Calla het beste tot zijn recht komt. Dit is muziek om van te genieten in een klein zaaltje met weinig mensen en dan later horen dat zij er ook waren…. echt niet dus hè!

File: Calla – Televise
File Under: Avant-gardistische Indie

Tom McRae – Just Like Blood

Aangenaam verrast was ik toen ik hoorde dat Tom McRae toch een opvolger zou gaan uitbrengen op zijn debuutalbum uit 2000. Nu was de eerste plaat van McRae niet echt succesvol hier in Nederland, maar in Engeland haalde hij toch maar mooi de eindejaarslijstjes in onder andere de Q en de Sunday Times. Tot mijn verbazing meldt McRae echter dat hij gewoon zijn plaat uitbrengt nu hij klaar is en er eigenlijk helemaal geen vertraging of haast bij aan te pas gekomen is. Hij zegt dat het bij zijn eerste plaat ook een aardige tijd in beslag nam om de liedjes te laten groeien tot ze rijp waren om op CD uit te brengen. Hmmm, daar heeft hij inderdaad een punt. Teveel bands (en soloartiesten) brengen na hun eerste succesvolle plaat, die niet persé hun eerst plaat hoeft te zijn, te snel daarop een volgende uit om maar mee te varen met de golf van aandacht. Toch dacht McRae zelf ook wel dat hij een beetje vergeten zou zijn, want hij opent het album en de eerste single vast niet voor niets met “‘Welcome back says the voice on the radio, but I never left I was always here”. Dat hij de tijd er voor genomen heeft past ook veel beter bij het concept dat McRae heeft voor zijn liedjes om. Waren op zijn debuut al zo dat de tracks als zorgvuldig uitgewerkt, voor zijn nieuwe album geldt dat eigenlijk nog meer. Alle tien de songs zijn tot het fijnste niveau uitgewerkt en elke noot is er omdat deze er moet zijn. Dus is er geen fade-out te bekennen op deze plaat, maar alle liedjes zijn af van de eerste tot de laatste seconde. Nu ken ik genoeg mensen die een plaat als Just Like Blood af zullen doen als pretentieuze en melancholische pop, maar dat kan mij persoonlijk geen zier schelen. Dit is gewoon een klasse popalbum, dat mensen die houden van bands als Coldplay en David Gray en dat graag gekoppeld willen zien aan de intimiteit van iemand als Nick Drake, gewoon blind aanschaffen. McRae overtreft Gray bijvoorbeeld met gemak op deze Just Like Blood. Ik hoop voor hem dat op de slotzin van zijn plaat “Tell Me What’s Next?” het antwoord zal zijn: Een boel platen verkopen en dat het niet alleen blijft bij positieve recensies! Ontdekte ik zelf zijn eerste plaat pas ergens halverwege 2001 en miste hij daardoor mijn jaarlijst, nu ben ik er ruim op tijd bij en kan hij in ieder geval voorlopig wel in het nominatielijstje voor de platen die in december de top 10 wel eens kunnen halen.

File: Tom McRae – Just Like Blood
File Under: Voer voor jaarlijst

Mist – We Should Have Been Stars

Tijdens het beluisteren de debuutplaat van Mist, blijft er vooral in het eerste deel van de plaat maar één naam door mijn hoofd schieten, die niet veel verschilt van Mist. Namelijk die van de zeker voor Nederlandse begrippen in het buitenland gewaardeerde Nits. Met een beetje geluk lukt dit Mist ook, de contacten in Spanje liggen er al gezien de Spaanse platenmaatschappij Astros Discos waarop deze plaat verschijnt en er zijn ook al distributiedeals met vele andere landen. Het zou niet meer dan terecht zijn. Zanger/gitarist Rick Treffers en band weten namelijk op We Should Have Been Stars in veel liedjes op een zelfde speelse, bijna luchtige, manier liedjes te maken zoals de Nits dat ook doen, die bij nadere beluistering veel meer bevatten en echte luisterliedjes zijn die je weten te emotioneren. Het is daarom wel slim van Mist dat ze hun plaat op een heel stille manier beginnen, want zo dat je binnen een minuut het volume van je versterker zo ver de goede kant op hebt gedraaid dat “In Love With Love” op exact het juiste hoge volume uit je luidsprekers rolt. Dan ervaar je de songs namelijk op zijn best. Bij een lager volume geven deze 14 thuis en in oefenruimte opgenomen tracks hun geheimen namelijk veel minder prijs. Je ervaart bij een hoger volume de subtiele Fender Rhodes electrische pianotjes en spaarzame gitaren in één keer een stuk beter en de sfeer in opener “In Love With Love” wordt bij het invallen van de drums een stuk drukkender. “We Should Have Been Stars” tintelt vervolgens fris als de dauw (mist!) en speels je speakers uit, wat mij betreft het mooiste nummer van de CD. Enige track die ik zo niet kan plaatsen is “The Poison That I Swallow”, voor de rest niets dan schoonheid op deze CD. Waarbij aangetekend dat We Should Have Been Stars overigens eigenlijk helemaal geen debuutplaat, want onder druk van de advocaten van de organisatie van Miss Universe haar naam en koos voor Mist en deze past eigenlijk ook veel beter de muziek.

File: Mist – We Should Have Been Stars
File Under: Schoonheid van een popplaat

VA – Almost You The Songs Of Elvis Costello

Jonatha Brooke zei het mooi afgelopen zondagavond in de Melkweg: Waarom zou je een liedje (live) spelen van een ander als je al helemaal verliefd bent op het origineel, je doet het toch niet snel beter? Daarom speelde ze nooit covers. Tot nu toe, afgelopen zondag speelde ze namelijk wel een cover. Ze had namelijk een goede reden gevonden om “Eye in The Sky” van Alan Parsons te spelen. Ze vond het altijd een walgelijk nummer zoals het op plaat stond, maar had het vermoeden dat het eigenlijk best een goede song is. Ik was het niet helemaal met haar eens, maar inderdaad was haar uitvoering van deze hit meer dan geslaagd. Tributes zijn daarom vaak gewaagd werk. Toch durfde het kleine Glurp Records het om een Elvis Costello tribute op poten ze zetten. Onder de noemer Almost You: The Songs of Elvis Costello heeft het label 15 kleinere indie-bands aangespoord een track van Costello op te nemen. Gelukkig hebben ze hierbij niet gekozen voor de allergrootste hits van Costello. Ik moet er niet aan denken dat een ander iemand dan Elvis Costello zijn vingers brandt aan “I Want You” bijvoorbeeld, alleen van het idee krijg ik al rode vlekken. Nee, de bands hebben duidelijk met liefde zorgvuldig hun nummers gekozen. Toch zijn er wel een aantal opvallende zaken. Het grootste deel van de tracks zijn van de jaren 70 en 80 lp’s (en cd’s) van Costello gekozen. Alleen de Damnations kiezen voor een track van een jaren 90 album, “Still Too Soon To Know”. Qua stemgeluid klinkt de zanger die het meest op Costello lijkt, Fastball zanger Tony Scalzo inderdaad eng veel als Costello, maar toch een beetje minder scherp dan zijn eigen uitvoering van “Busy Bodies”. Matt Pond Pa doet een mooie warme met cello gevulde uitvoering van “Green Shirt”. De enige track die me eigenlijk niet bevalt is de uitvoering van “Indoor Fireworks” door Kevin Russel, maar laat dat nu de zanger zijn van de door mij ook niet echt geapprecieerde the Gourds te zijn….. Prijsnummer voor mij is de getergde uitvoering van “Riot Act” door Okkerville River, maar eigenlijk geldt voor alle tracks vooral dat de liedjes van Elvis Costello met groot gemak overeind blijven in een uitvoering door een ander.

File: Almost You – The Songs Of Elvis Costello
File Under: Zowaar een leuke tribute

Templo Diez – Hoboken

Muze / Konkurrent

Wat beweegt een Fransman ertoe om zich in Nederland te vestigen? Ik zou het wel weten als ik in Frankrijk woonde, althans als ten zuiden van de Loire of in Parijs zou wonen. Stuk aangenamer klimaat of wereldstad. Pascal Hallibert dacht er blijkbaar anders over en woont nu in Den Haag. Hij is een druk bezet mannetje. De afgelopen jaren stond hij twee keer op het podium van de Grote Prijs van Nederland, in 2001 haalde hij de finale in de categorie singer-songwriter en in 2002 deed hij mee met Miss Wyoming in de categorie Pop/Rock. Daarnaast is hij ook nog actief als producer én als zanger/multi-instrumentalist in Templo Diez. Met deze band bracht hij eind vorig jaar Hoboken uit en die plaat heeft mij blij verrast. Met zijn zachte fluisterstem doet Hallibert me in het grootste deel van de nummers denken aan Mark Linkous van Sparklehorse. Ook de spookachtige liedjes op Hoboken doen me aan Sparklehorse denken, veelal akoestische gitaren, af en toe een prachtige slidepartij (zoals in Anymore), weirde samples en repeterende akkoordenwisselingen op piano (Santa Anita). Hallibert noemt zelf Velvet Underground als één van zijn grote invloeden en dat is vooral in “Song VI” (raar hè ook de zesde track op de CD) en “New Sun Rising” goed te horen, maar gelukkig niet vervelend. Wat wel vervelend is, is dat je deze plaat niet zo snel in de winkels zult vinden. De enige manier om de CD te krijgen is bij optredens of door de band te mailen. Om Templo Diez live te kunnen zien zul je een eindje moeten reizen. Voorlopig staan er geen optredens in Nederland op het programma, wel kreeg de band een uitnodiging voor de 2003 versie van het South by Southwest Music Festival om daar te spelen. Ik hoop dat het niet te lang duurt voordat ik Templo Diez ook nog eens ‘gewoon’ aan het werk kan zien in Nederland om te zien hoe deze fraaie liedjesverzameling live klinkt.

File: Templo Diez – Hoboken
File Under: Sparklehorse meets Velvet Underground

VA – Acuarela Songs Volume II

Een compilatie van bands die je op je label hebt uitbrengen is altijd een goed idee om de onbekendere bands op je label onder de aandacht te brengen. Zeker als er exclusief werk op staat van de ‘grote’ bands die je op uitbrengt. Acuarela doet dit op een aardig originele manier. In 2001 bracht dit Spaanse label dat op dit moment wel een heleboel interessante bands onder haar hoede heeft de dubbel CD Acuarela Songs uit waarop alle bands een track leverden waarin het woord ‘Acuarela’ (gekleurd water) of de locale variant erop gebruikten in titel of tekst. Blijkbaar was ze dat goed bevallen, want nu twee jaar later brengt Acuarela Acuarela Songs Volume II uit. Ter ere van hun negenjarig bestaan verschijnt deze 3(!)-CD en hebben ze hetzelfde thema gehandhaafd. Dus 39 tracks van Acuarela artiesten over gekleurd water opgedragen aan dit label dat zich knap staande weet te houden als independent. En het zijn niet de minste namen die een bijdrage leveren. Langs komen onder andere: Lee Ranaldo (Sonic Youth), Thalia Zedek, L´Altra (twee keer zelfs), The Zephyrs, Timesbold, Migala, Manta Ray, Transmissionary six, Windsor for the derby en Ursula dat als laatste track een mix maakt van zo ongeveer de hele Acuarela catalogus, wat een meer dan passende afsluiting is van deze compilatie. Het zou natuurlijk te mooi zijn als alle 39 tracks ook fabeltastisch goed zouden zijn, maar dat zou een beetje teveel zijn van het goede, maar met deze compilatie levert Acuarele een staalkaart van indie, post-rock, singersongwriter, pop, folk (en nog veel meer) op waarmee ze zich vol trots kan presenteren aan de wereld en geeft een aantal goede tips van artiesten waarmee je je CD-verzameling kunt aanvullen. En dat ook nog eens voor een schappelijke prijs.

File: Acuarela Songs Volume II
File Under: Staalkaart van indepent label

Julee Cruise – The Art Of Being A Girl

Het is de schuld van An Automotive. Zij waren het die op hun vorig jaar verschenen debuutplaat het nummer “The Ballad of Julee Cruise” opnamen. Ik zat toen te denken Julee Cruise, was dat niet ergens eind jaren tachtig zo’n one-hit-wonder met “Falling” uit de soundtrack van David Lynch’ Twin Peaks? Ja natuurlijk was zij dat. En aangezien ik dat wel een mooi spooky plaatje vond, ben ik maar eens op speurtocht gegaan. Met als vraag: doet deze dame nog wat in de muziek? Het antwoord is dus ja. Sterker nog, ze bracht niet zo lang geleden zelfs nog een nieuwe plaat uit, The Art Of Being a Girl, haar eerste in iets minder dan 10 jaar. Ik had dus min of meer verwacht dat het wel een soort van Falling een hele plaat lang zou zijn, maar dat is dus niet het geval. Ze heeft namelijk deze plaat opgenomen zonder de hulp van David Lynch en Angelo Badalamenti. “You’re Staring At Me” is wel een lekkere bossanova opener en “The Orbiting Beatnik” gaat er ook nog wel in, maar bij track numero drie “Falling in Love” met steeds maar repeterende zinnetjes en melodietjes (net als in “Everybody Knows” en “Cha Cha In The Dark” overigens) slaat bij mij de verveling al toe en dan moet je nog een aardig eindje voordat het dikke uur van de plaat erop zit. De flarden electronica vallen bij mij in veel tracks ook niet echt lekker op hun plaats en klinken wat geforceerd in de oren. De songs met de een wat meer bossanova inslag zijn nog redelijk te pruimen, maar houden ook niet echt over. De op zicht imponerende stem van Cruise, die dan weer doet denken aan Marianne Faithfull, dan aan een engel en in bijvoorbeeld “Three Jack Swing” wat doet denken aan de dames van B-52s, komt me een beetje te weinig uit de verf. En als dan zo’n plaat afgesloten wordt met hidden track in de vorm van een remake van “Falling in Love” die het niet haalt bij het orgineel laat The Art Of Being a Girl je dus met een behoorlijk onbevredigd gevoel achter. Goed, ik verwachte dus een mooi spooky plaatje, maar kreeg dat niet op “Beachcomber Voodoo” na . Pindakaas helaas. An Automotive bedankt!

File: Julee Cruise – The Art Of Being A Girl
File Under: Triphop

A Day's Work – Above And Within

A Day’s Work maakt het me niet gemakkelijk met hun op de op twee na laatste dag van 2002 in eigen beheer uitgebrachte plaat: Above and Within. Meestal lukt het me wel aardig om een nieuwe bandje in een ‘hokje’ te plaatsen of een referentie te geven aan een band die de lading dekt. Dat is bij A Day’s Work niet gemakkelijk. Deze jonge band uit Alkmaar noemt zelf Filter, Incubus, Tool, The Cure en Soulwax, maar ik zou er zelf zo nog een stuk of wat bij kunnen noemen die hele andere kanten op gaan. Dat is dan ook gelijk zo’n beetje mijn grootste punt van kritiek op A Day’s Work. Het fladdert me nog te veel heen en weer, maar misschien is dat een beetje mijn gebrek en niet het hunne. Als luisteraar krijg je in 8 tracks een beetje teveel voor je kiezen en dat is jammer, want op zich zijn de songs namelijk allerminst slecht. De 5 mans formatie heeft namelijk wel talent voor liedjes en beheersen hun instrumenten ruim voldoende om het uitbrengen van deze plaat te rechtvaardigen. Hun muziek mag best gehoord worden. Voorbeeldje? Above and Within trapt af met een pittig zware gitaar vol distortion, maar dan gaat in het eerste couplet de knop om en wordt het gitaargeluid gewoon te dun. Dat past gewoon niet lekker in mijn oren, maar als dan in het refrein de (bijna te) kraakheldere zang ondersteunt wordt door een lekkere emo-achtergrondzang haalt dat het hele nummer weer op. Je hoort gewoon dat er in “Roses Mean Remember” meer zou kunnen zitten. In andere tracks komt dat iele gitaargeluid ook terug en daar ben ik persoonlijk niet zo gecharmeerd van. Nee, dan hapt een uptempo nummer als “Free on a Melody”, het toch een stuk lekkerder weg of een ballad voor twee als “You in White” slechts begeleid door akoestische gitaar en cello of “End Below”, dat me zelfs wel wat aan Helmet doet denken qua gehak (en dat is dus een compliment ;-)) Had ik “Realm of the Moon” al genoemd? Nee, toch nog maar ff doen, want dat begint zowaar met een mooi post-rock introtje, maar daarna me niet echt boeit op dat aan gitaartje na. Het nummer met de meeste potentie is misschien nog wel “Charly”, als A Day’s Work daar uitgehaald wat er inzit dan was dat namelijk de beste track van de plaat geweest, nu lost het die belofte niet in en steekt “You in White” boven de andere tracks uit. Jammer is wel dat in het netjes verzorgde bijgeleverde boekje niet staat wanneer de verschillende tracks exact opgenomen zijn, dan had je namelijk al een inschatting kunnen maken of A Day’s Work nog in de groei zit en alleen maar beter kan worden of dat dit het is. Ik zou persoonlijk mijn geld zetten op het eerste, want de heren gaan er met hun volle ziel en zaligheid voor en van hard werken is nog niet vaak iemand slechter geworden. Mijn advies aan de band: destilleer uit de vele invloeden die je hebt een iets strakkere eigen stijl en maak een toffe tweede plaat.

File: A Day’s Work – Above and Within
File Under: Nog te divers talent ps: Ik weet niet wat die gozer van ‘het Popinstituut’ bezielde bij het recenseren van Above and Within, volgens mij was hij ongesteld, in ieder geval doet hij A Day’s Work tekort.

The Donnas – Spend The Night

Richie Valens zong het al: I had girl, Donna was her name, Since she left me, I’ve never been the same Tja, dat kan natuurlijk heel goed gebeuren. Kleine meisjes worden groot en dan willen ze nog wel eens wijde wereld intrekken he. In 2001 werden the Donnas 21 en vierden dat met hun ongecompliceerde vierde(!) plaat Turn 21 op passende wijze. Na die plaat werden ze opgepikt door ‘major’ Warner die nu hun platen uitbrengt, om te beginnen Spend The Night. Of dat wat verandert? Wat dacht jezelf. Natuurlijk niet! The Donnas zullen altijd the Donnas blijven vrees ik. Of beter gezegd hoop ik, want wie weet wat er gebeurt als ze in één keer miljoenen platen gaan verkopen door een toevallig hitje. Dat was met Turn 21 nog niet gebeurd, dus inderdaad Spend The Night gaat op dezelfde voet verder. Dus gewoon weer 13 nummers over vriendjes die komen en gaan, liefde bedrijven in auto’s, de hele nacht op blijven, enfin lees het zelf maar na hier. Toch is er muzikaal gezien wel een klein verschil met de vorige platen. Vooral het gitaarwerk van Donna R is er een stuk op vooruitgegaan, maar ook Donna C en Donna F worden een steeds strakkere combo dat zorgt voor een stevig fundament voor de songs, al zal je dat waarschijnlijk niets interesseren. Maar verder geen zeurderige ballads, gewoon een kleine 40 minuten gaan met die banaan, fijn he? Ik zou dan ook duizend keer liever zien dat posters van the Donnas op tienerkamers hangen dan die van Britney Spears of Christina Aguilera.

File: The Donnas – Spend The Night
File Under: Nog steeds ongecompliceerd leuk

Kepler – Missionless Days

Ken je dat gevoel? Dat je op een zondagmorgen in bed ligt en voor het eerst in weken niet gewekt wordt door een wekker of omdat je moet pissen vanwege de hoeveelheid bier die je de avond ervoor geconsumeerd hebt. Nee, gewoon wakker worden en weten dat je er nog niet uit hoeft te komen de eerste uren. In je eigen warmte een beetje liggen op je rug terwijl het buiten nog stil is en druilerig weer.. Beetje droge mond, wel zin in koffie, maar geen zin om op te staan en vooral sloom. Dan kom je dicht in de buurt van hoe Kepler is. Verstild, desolaat en loom, maar op een rare manier toch wel aangenaam warm, begint Missionless Days met “I’m a Parade”. Je blijft rustig stil liggen en staart naar het plafond, waarom energie verspillen met bewegen. Dat doet Kepler ook niet. Met groot gemak hou je dat de eerste 2 tracks vol. Bij “Our Little Museum” gaat het toch een beetje kriebelen, het tempo van Kepler gaat heel iets omhoog. Eénmaal bij “Dogs and Madmen” moet je je bed uit, de zin in cafeïne is te groot geworden. Lukt net in de 5 minuten die je daarvoor hebt. Het enige dat balen is, is dat de vloer koud is. Zo koffie, de krant laat ik nog maar even voor wat het is. Je gaat weer in je bed liggen, dat nog warm is, en voor je het weet lig je weer naar het plafond te staren, terwijl “An Elegant Game”, “Salvation” en “Let Us Rest As Mutes” aan je voorbij trekken me hier en daar een betoverende steelgitaar. Pas bij “The Steel And The Stone” realiseer je je dat de koffie naast je bed staat, maar na even proeven vind je die toch te koud geworden en je hebt geen puf om op te staan om verse te pakken. Hmm,’Missionless Daysis al afgelopen. Jammer want het beviel je best zo. Gelukkig heb je een cd-wisselaar en deze gevuld met cds van Codeine, Low en Red House Painters en een afstandbediening, dus je komt deze zondag wel door. Opstaan kan altijd nog.

File: Kepler – Missionless Days
File Under: Slowcore