Monthly Archives: October 2004

Beavershot – Kings of Dirt

We trokken hier al eerder de conclusie en de heren van Beavershot bevestigen ons maar weer in dit oordeel: Alkmaar is een behoorlijke Rock City. Vanaf het moment dat Kings of Dirt af trapt met “Nitro” is het plankgas en iedereen die probeert om de heren te maken tot een momentje van rust krijgt terstond de middelvinger. En terecht. Ballades opnemen kan altijd nog. Onder de bezielende leiding van Theo de Jong – volgens mij de grote spil in het Alkmaar Rock City gebeuren – hebben de heren het voor elkaar gekregen om hun live-reputatie aan het silicium toe te vertrouwen. Zo ongeveer elk festival dat maar te vinden is in de omgeving van Alkmaar hebben de heren onveilig gemaakt de afgelopen twee jaar. Ze waagden zelfs al een uitstapje naar het Verre Oosten om op het Zwarte Cross de akkers ook om te ploegen. Eitje natuurlijk met hun op Zeke en Motorhead leest geschoeide Rock’N’Roll. Dat ze zichzelf de Kings of Dirt noemen riekt natuurlijk naar enige hoogmoed, maar zeg nou zelf, Prince of Dirt staat ook zo truttig. En wie titels als “Beavershot” en “Hunkemoller Freakshow From Hell” gebruikt wil niet graag als truttig gezien worden. Toch mogen ze wat mij betreft al wel vast in de schaduw van hun grote voorbeelden gaan staan.

File: Beavershot – Kings of Dirt
File Under: Motorolie, Zweet en Bier
File Audio: [Outlaw Rider][Love Machine][Helluvanite]

They Might Be Giants – The Spine

Er ging daar al heel wat mis in mijn leven als het om de liefde gaat. Ik zal jullie niet lastig vallen met de details, ook al zouden jullie dit nog zo interessant vinden. Waar het om gaat is dat er twee dingen zijn die voor mij onmisbaar zijn om overeind te blijven door de jaren heen: humor en muziek. Beide vind je – toevallig – terug in het werk van de Amerikaanse band They Might Be Giants. De band van John Linnell en John Flansburgh grosseert al sinds 1986 in liedjes met een knipoog. Op hun inmiddels achtste volledige album – als ik goed geteld heb – doen ze dit uiteraard weer. De 16 nummers worden in iets van 36 minuten er even in een ogenschijnlijke simpelheid doorheen gejast. Niets is minder waar, want de muzikale uitstapjes tussendoor zijn doordacht en bovendien smaakvol. Als er in plaats van kitscherige synthesizer blazers de moeite genomen wordt om echt koperwerk in te huren kan je bij mij al bijna niet stuk. Iedereen heeft zo zijn kwetsbare plekken. Verder is de productie bijna te mooi om waar te zijn. Geen lo-fi gerommel – waar ik overigens ook niet vies van ben -, maar een strakke poppy plaat die mij toegankelijk lijkt voor een breed publiek. Het had er ook eigenlijk best één van Elvis Costello kunnen zijn. En dan zeker niet één van zijn mindere. Humor en muziek zijn nog steeds belangrijk in mijn leven, ondanks dat het nu met de liefde wel goedzit. En als het even niet goedzit heb ik nu dus The Spine als oppepper. Dit laatste blijft uiteraard wel tussen ons.

File: They Might Be Giants – The Spine
File Under: Humorvolle leuke liedjes
File Audio: [Experimental Film][Prevenge][Museum of idiots]

Growing – The Soul Of The Rainbow And The Harmony Of Light

Ha fijn post! Oh, een cd van Growing, even checken. Ik zette de cd op en ging de krant lezen. Na veertig minuten bleek de cd op. En had ik nog geen nummer gehoord. Wel wat ijle klanken, een drone die een kwartier duurde, een soort overstuurde kraak, een drone in een andere toonsoort en wat vogelgeluiden. De bio was al niet veel duidelijker. Iets over optredens met moderne kunstnaars en soundtracks voor schilderijen. Twee weken later. Oh ja, die cd van Growing, daar moet ook nog een stukje over komen. Nog maar eens proberen. Weer die drone. Leuk, ze hebben de kwint ontdekt. Lijkt wel doedelzak, ook allemaal gestapelde kwinten. Maar nergens een melodietje. Of een stem. Volgende song. Hmmm, een overstuurde…ja, wat is het? Zoiets deed My Bloody Valentine ook. Alleen stopten die er een liedje in. Duurt dit nog lang? Damn, nog zeven minuten. Skippen dus. Volgende track maar weer. Weer die drone. Mijn god, deze duurt bijna achttien minuten. Ik trek dit niet. Volgende. Oh ja die vogelgeluiden. Ah, weer die drone. Andere drone dit keer. Oh wacht, het lijken akkoorden te worden. Komt hier ook een eind aan? Tss, weer een van twaalf minuten. Nu heb ik dus al met al twee keer 56 minuten van mijn leven doorgebracht met deze cd. En veel wijzer ben ik er nog niet van. Visioenen van Ad Visser, postmoderne New Age klanken. Waar ligt die My Bloody Valentine cd ook alweer?

File: Growing – The Soul Of The Rainbow And The Harmony Of Light
File Under: Waar ligt die My Bloody Valentine cd ook alweer?
File Audio: [Onement][Anaheim II]

ME – The Wagon Fair

Eigenlijk lijkt het me heerlijk. Geen auto, geen stroom, geen internet, geen file under. Weg met al die verworven westerse modernismen. Volgens mij houd je dan zeeën van tijd over. Om eindelijk eens al die boeken te lezen die ongelezen in je kast staan. Of gewoon eens een tijd lang tokkelen op je gitaar. Elke avond de zon onder zien gaan en vervolgens gaan slapen als je kaars voor die dag op is. Ik vind het knap dat de Amish-geloofsgemeenschap hier nog steeds aan vast weet te houden. Een hechte gesloten gemeenschap. Ik kan me ook zeker wel voorstellen dat deze gemeenschap Minco Eggersman (ATCoE) geïnspireerd heeft tot het maken van The Wagon Fair. Er zijn ook zeker veel overeenkomsten met de Sally Forth/Volkoren familie waar hij zelf één van de grote figuren in is. Naast inspiratie uit de Amish-wereld haalde Eggersman inspiratie uit het verlies van zijn moeder. Eggersman is dan misschien niet de meest briljante zanger op aarde, zijn stem past perfect bij de twaalf ingetogen treurige americana liedjes op The Wagon Fair. En als dan af en toe het engeltje Lydia Wever (Brown Feather Sparrow) langs komt om met haar stem en piano de liedjes op te komen sieren, bent u een harteloos mens als het u nog niets doet. Hmmm, eigenlijk is dat stroom, internet en file under gebeuren zo slecht nog niet als je naar plaatjes als deze mag luisteren….

File: ME – The Wagon Fair
File Under: Leve stroom, leve internet, leve File Under, Leve ME!
File Audio: [How many times][Rumspringa]

Jon Oliva's Pain – 'tage Mahal

De toekomst van Savatage lijkt ongewis, nu producer Paul O’Neill als eigenaar van de naam geen tournees onder die naam toestaat en er ook geen nieuw plaatwerk op de rol staat. De bandleden zijn daarom met eigen projecten begonnen. Onlangs kwam Chris Caffery met een prima solo-album, nu is het zanger/toestenist/componist Jon Oliva die onder de naam Jon Oliva’s Pain een album uitbrengt. Aanvankelijk was ‘tage Mahal de bandnaam, maar die al te duidelijke verwijzing naar Savatage mocht niet. Een duidelijker indicatie over de sfeer in het Savatagekamp kun je bijna niet krijgen… Gelukkig is boosheid voor bands als deze meestal een goede drijfveer voor lekkere muziek, en daar is Jon Oliva’s Pain geen uitzondering op. Het is ook heerlijk weer een hele cd lang het weinig geschoolde maar buitengewoon intense stemgeluid van Oliva te horen. Dat er veel overeenkomsten met het werk van Savatage zijn is onvermijdelijk. De muzikanten (allen ooit lid van Circle II Circle) zijn al langer werkzaam in het genre en hebben dan ook geen enkele moeite met het songmateriaal. Het is duidelijk hoorbaar dat er een andere gitarist aan het werk is dan bij Savatage, maar voor de rest moet je de verschillen met een lantaarntje zoeken. Maar ach, we moeten al veel te lang wachten op nieuw materiaal van Savatage, dus een cd van Caffery én deze ‘tage Mahal zijn het best denkbare alternatief. Ik doe het er voorlopig mee en enige tegenzin is daarbij niet te bespeuren…

File: Jon Oliva’s Pain – ‘tage Mahal
File Under: De Stem is helemaal terug van nooit weggeweest
File Audio: [The Dark] [Pain]

Roman Fisher – Bigger Than Now

Op de fiets naar Rome kwamen we langs Hockenheim. Hockenheim, het legendarische racecircuit met prachtige lange stukken. We reden op onze fiets langzaam langs het hek bij de Ostkurve. Wat zich voor mijn ogen afspeelde zal ik nooit meer vergeten: de hele Ostkurve was weg. Het lange rechte stuk was weg. De Duitschers maakten een Mickey Mouse circuit van Hockenheim. Ik voerde een discussie met een oude Duitscher. Hij kwam al jaren op Hockenheim en vond het zonde, maar ja, alles gaat door. Ik snapte niets van die Duitscher. Maar hij had gelijk, wij moesten ook door, er moest een camping gezocht en gevonden worden en we fietsen door het bos verder. Rome was nog ver. Ik moest aan dat moment denken toen ik naar Bigger than Now van Roman Fisher aan het luisteren was. Het zijn mooie popliedjes die het achttienjarige mannetje op plaat heeft gezet. De plaat klinkt goed, het hoesje is mooi. Zijn Duitsche accent is niet irritant en zelfs wel charmant. De ene keer klinkt hij als een singer/songwriter, de volgende eer klinkt hij als een muzikant die liever Modern Talking tot voorbeeld stelt. Maar hij komt er mee weg. En toch. Het is alsof hij de rechte stukken uit zijn plaat gehaald heeft. Hij haalt geen topsnelheden. Zijn plaat is een Mickey Mouse circuit geworden. Links, rechts en dan een lange doordraaier. Helaas alweer naar rechts. En nergens worden topsnelheden behaald.

File: Roman Fisher – Bigger Than Now File Under: Popliedjes zonder rechte stukken en topsnelheden File Audio: Luister zijn cd

Enchant – Live At Last

Ik weet niet hoe het bij jullie is, maar van toch bijna alle concerten die ik in mijn al dertig jaar durende leventje bezocht heb kan ik me wel wat herinneren. In ieder geval of het goed was of slecht en vaak ook nog wel een (grappige) anekdote. Bij festivals ligt dat wat anders. Daar kan ik de grote lijn nog wel onthouden (errug goed of errug slecht) maar de middelmaat verdwijnt snel uit mijn grijze massa. Nu weet ik nog wel zeker dat ik Enchant live gezien, maar ik kan me echt niet meer herinneren wat ik van dat optreden vond. De reden daarvoor is simpel weet ik weer nu ik naar Live At Last zit te luisteren. Enchant stond die avond in het voorprogramma een jaar of zes geleden in het voorprogramma van Spock’s Beard en werd gewoon h-e-l-e-m-a-a-l zoek gespeeld. En om eerlijk te zijn: echt warm krijg ik het niet van deze live-plaat. Ted Leonard moet het me net te vaak uit zijn tenen halen. Ik luister veel liever naar Enchant op een studioalbum. Niet raar dus dat ik me nog wel exact kan herinneren dat ik Break zat mee te blèren in de Seat Ibiza (met Porsche motor) op weg naar Schiphol om de rechtmatige eigenaar van dat koekblik op te halen. In de studio is het immer hardwerkende Enchant gewoon veel beter.

File: Enchant – Live At Last
File Under: Doet u mij de studioversies maar

Roni Size – Return to V

Thrive

Roni Size en Adam F waren pioniers, ergens in 1997. Opeens bestond er ook een radiovriendelijke kruising tussen mysterieuze jazz, spannende filmmuziek-samples en agressieve breakbeat. U kent hun beider “Brown Paper Bag” en “Circles” vast wel. En Roni knutselde voort: hij maakte een album met gastzangers (In the Mode, 2000), eentje zonder (Touching Down, 2002) en produceerde vinyl dat het een lieve lust was. Intussen haalde de rest van de drum’n’bass-gemeenschap hem ver in met de betere en originelere danstracks, maar helaas halen die zelden de media… U hoeft maar op http://www.dnbforum.nl of op http://www.breakbeat.co.uk/features/TheTop20Tunes te kijken: Roni Size is dan wel een grote naam, maar zeker niet (meer) de beste in de scene. Roni’s nieuwe album, Return to V, is een prima geproduceerd bass-en-drommeltje, met wel 19 gastzangers, maar zonder rustpunten zoals het album New Forms uit 1997 die had. En mainstream zoals dat zal dit ook niet worden. Hoewel, Pull Up en No More klinken, op de beat na, urban genoeg voor de playlist van TMF overdag! Gelukkig staat er ook een handvol goede nummers met spanning en opbouw op, die zelfs op dansvloeren moeten werken, zoals “Groove On”, “The Streets”, “Trouble”, “Thirsty” en “On And On”. Dat compenseert de eerste helft van het album, waarin de zang weinig toevoegt: de nummers missen melodie en verrassing en knallen daardoor lomp en eenvormig. In “Want Your Body” (zang van Joe Roberts) en “Sing” (Jocelyn Brown) klinkt dat al beter, maar ik heb zoiets wel eens eerder gehoord. Eigenlijk moet Roni maar eens kiezen: of de beats een echt goede zanglijn laten begeleiden, of al die zangers naar huis sturen en energie in een vernieuwend geluid stoppen.

File: Roni Size – Return to V
File Under: drum’n’bass met zang op herhaling

The Gun Club – Miami / The Las Vegas Story

Het klassieke popverhaal van de duivel die een muzikant verleidt zijn ziel in te ruilen voor groots talent ontstond in de jaren dertig van de vorige eeuw. De oude bluesheld Robert Johnson was de eerste, maar bleek niet het laatste slachtoffer. Ergens begin jaren tachtig herhaalde de duivel deze truc. Slachtoffer cq begunstigde was de voormalig voorzitter van de Blondie-fanclub, Jeffrey Lee Pierce. De ruil leek er in dit geval vooral op neer te komen dat de geest van een oude bluesman en de geest van de duivel zelf afwisselend bezit namen van het lichaam van de jonge punkrocker. Met zijn band The Gun Club maakte Jeffrey Lee Pierce in elk geval een aantal van de meest bezeten platen die ik ken. Maar bewijzen kon ik dat niet meer. De twee beste platen van The Gun Club, Miami en vooral The Las Vegas Story, waren als LP’s sinds lang uitverkocht en de jaren tachtig-rereleases op CD klonken alsof de opnames in een broodtrommel waren gemaakt. Sympathy for the Record Industry heeft deze twee platen nu netjes digitaal geremasterd en opnieuw op CD uitgebracht. Uitgebreide bonustracks zijn er niet op te vinden, en ook de linernotes zijn zeer beperkt. Op The Las Vegas Story – The Gun Club’s magnum opus – staat niet veel meer dan In Loving Memory of Jeffrey Lee Pierce & Rob Ritter. De duivel heeft inderdaad al jaren geleden terugbetaling geeist.

File: The Gun Club – Miami / The Las Vegas Story
File Under: De duivel geeft, de duivel neemt

God Lives Underwater – Up Off The Floor

Het begint nu toch echt uit de hand te lopen met terug van nooit weg geweest platen. Hier is er wéér een album van een bandje waarvan iedereen volgens mij al lang dacht dat ze niet meer bestonden: Up Off The Floor van God Lives Underwater. Inderdaad dat bandje dat met Empty (1995) en Life in the so-called space age (1998) toch twee goede, maar niet altijd even toegankelijke, platen afleverde. Up Off The Floor had eigenlijk al in 2000 moeten verschijnen, maar doordat het 1500/Riffage-label failliet ging bleef de plaat (veel te) lang op de plank liggen. Eigenlijk is het best raar dat Up Off The Floor dan toch behoorlijk 2004 klinkt. Misschien maar beter ook dat deze dus nu pas verschijnt. De tien tracks zijn wat meer toegankelijk dan de vorige twee platen. Volgens Jeff Turzo en David Reilly is Up Off The Floor de plaat die ze eigenlijk al in 1995 hadden willen maken. Het zal wel. De mix van industrial en alternative rock is fris en voor een deel zelfs innovatief. Maar misschien is fris niet het juiste woord om te gebruiken voor een band die hengelt naar fans van Nine Inch Nails en Marilyn Manson. Toch zouden liefhebbers van deze bands die het wachten op een nieuwe plaat (NiN) of de irritatie van de greatest hits in plaats van een nieuw album (MM) van zich af willen schudden deze week maar eens naar de platenwinkel moeten gaan om Up Off The Floor te luisteren. Geloof me, het zal je bevallen.

File: God Lives Underwater – Up Off The Floor
File Under: Industrial alternatief