Monthly Archives: June 2010

Disco Ensemble – The Island Of Disco Ensemble

Fullsteam / Rookie / Rough Trade

Disco Ensemble - The Island Of Disco EnsembleZelden was een naam meer misplaatst voor een band dan bij het Finse Disco Ensemble. Als deze vier Finnen een ding namelijk niet maken, dan is het disco. Al zou je je er best goed op uit kunnen leven op een dansvloer. Op een bedje van moderne punk gaan deze post-hardcore knakkers namelijk weer goed los op hun vierde cd The Island Of Disco Ensemble. Vooral songs als “Pitch Black Crowd” en “Life Of Crime” hebben een bijna onstuitbare drive. Vooral dat eerste nummer combineert genadeloos een ontzettende bundel energie met een supercatchy melodie. Niet meeblèren is ongewenst. Toch kan de band ondertussen ook uitstekend uit de voeten met het middentempo en kunnen ze zelfs een puike ballad schrijven. In zo’n midtempo songs als single “Protector” komt zanger Miikka Koivsto prima tot zijn recht. Nog beter is wat dat betreft “Get Some Sleep”. Dat is een in een synthesizerbad ondergedompelde ballad met post-rock-achtig gitaarwerk die richting epische refreinen doortrekt. Om daarna de synthesizer steeds meer van zich af te slaan. Het heeft wel wat weg van het machtige Dredg. Door de volle, strakke productie van Lasse Kurki komt The Island Of Disco Ensemble lekker hard als een wall-of-sound je speakers uit denderen. Dat hoor je goed in “So Cold”, met tekstueel een knipoog naar Evita, waarin de vette Körg-sound bijna de gitaren de tent uitjagen. Het toont maar weer eens aan dat Disco Ensemble niet bang is om van de platgetreden post-hardcore-wegen af te wijken. Dat is ook de reden waarom ik Disco Ensemble zo’n koele band vind.

File: Disco Ensemble – The Island Of Disco Ensemble
File Under: Felle Finnen
File Audio: [MySpace]

Mardi Gras.BB – Von Humboldt Picnic

Hazelwood

mardi_gras.bb-von_humboldt_picnic.jpgHet doet mij wel pijn als er te gekke platen uitgebracht worden op een label, maar dat niemand ze kent. In het geval Hazelwood Music heb ik het idee dat de focus duidelijk niet op de Nederlandse markt gericht is, maar wat wil je als er een grote Duitse thuismarkt is. Zo was ik erg positief over het in 2007 verschenen The Exile Itch, maar is hun 2008-album, My Private Hadran, totaal langs mij heengegaan. Ik ben verder bang dat er lezers afhaken bij het idee dat een toffe band uit Duitsland kan komen en dan zeker als er in het geval Mardi Grass.BB ook nog een album met een Duitstalige titel uitkomt Von Humboldt Picnic. Maar dat zou jammer zijn, want ik durf wel te stellen dat dit album een geweldig feestje van stijlen is. Bovendien is de taal overwegend Engels. Mardi Gras.BB bestaat momenteel uit elf leden waarbij vooral blazers de band een extra dimensie geven. De liedjes hebben wel iets van die van Tom Waits, maar de stem van de voorman Doc Wenz is wat minder rauw. Fijn aan dit album zijn ook de samples die van Von Humboldt Picnic een avontuur maken langs de nodige stijlen als rock ‘n’ roll, tango en de wals. Of neem de psychedelische opener “Delhi Morning Raga” dat niet misstaan zou hebben op The Beatles’ Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Wereldplaat, en dat hoor je mij niet zo heel gauw zeggen.

File: Mardi Gras.BB – Von Humboldt Picnic
File Under: Wereldreis op werelplaat
File Audio: [MySpace]
File Video: [Americanos (Need The Coke)][Oscar Muron][Benim Ismim Mahmut Altunay]

Jeremy Jay – Splash

Differ-Ant / Rough Trade

Jeremy-Jay_Splash.jpgVan Californië verhuizen naar Parijs, dat doe je niet voor niets. Dan zoek je iets: het imago van intellectualisme, van de existentialisten, de Nouvelle Vague wellicht. Maar op zoek naar een deel van de popgeschiedenis waar je je thuis voelt? Dan weet ik andere steden te bedenken. Toch deed singer-songwriter Jeremy Jay het. Zijn voetsporen liggen in de post-wave en synthipop, maar op zijn nieuwe album Splash verlegt hij zijn aandacht. Opener “As You Look Over The City” laat het meteen al horen: zijn begeleidingsband probeert als Suede te klinken en voorman Jeremy Jay als Morrissey. Dat is even schrikken – vooral omdat zijn band, bestaande uit de muzikanten die hem normaliter live begeleiden – niet de allure van Suede heeft en hij zelf vooral klinkt als iemand die Morrissey nadoet. Gelukkig blijft het bij deze wel heel opzichtig uit de bocht gevlogen opener. De tweede track, “Just Dial My Number”, wordt beheerst door een fraai en uiterst simpel melodietje en een stompzinnig refreintje (‘Ring ring ring on my telephone’), maar blijft geheid een dag in je hoofd rondzingen. Helaas is de koek dan ook meteen op: werkelijk geen enkele van de navolgende liedjes weet iets van de eerste twee tracks op te roepen. Niet de vrolijkheid van ‘Just Dial My Number’ en zelfs niet de ergernis van de openingstrack. Bijzonder matig is eigenlijk de enige kwalificatie die deze plaat recht doet.

File: Jeremy Jay – Splash
File Under: Lijken op Messi is niet hetzelfde als voetballen als Messi
File Audio: [MySpace]
File Video: [Just Dial My Number]

The Pineapple Thief – Someone Here Is Missing

Kscope / Bertus

The Pineapple Thief - Someone Here Is MissingIk schrok best toen ik The Pineapple Thiefs nieuwste cd Someone Here Is Missing de eerste keer opzette. Nog niet eerder kwam de band zo hard, bijna op het agressieve af, uit de startblokken. De titel suggereert natuurlijk al dat er het een en ander veranderd zou kunnen zijn in het leven van The Pineapple Thief’s mastermind Bruce Soord. Dat dit het geval is en doorklinkt in de muziek verbaast me toch wel een beetje. The Pineapple Thief was qua sound de afgelopen albums natuurlijk best divers, maar was toch ook behoorlijk stabiel te noemen. Met Someone Here Is Missing echter gooit Soord alle trossen los. Daarmee zou de band nu eindelijk eens de brug moeten slaan richting de altijd weer (ook door tot in den treure toe door mijzelf) aangehaalde grote drie Porcupine Tree, Radiohead en Muse. Soord hoort daar gewoon tussen te staan. Zo simpel is het. Check die felle opener “Nothing At Best” en je zult ogenblikkelijk begrijpen wat ik bedoel. Het opgelopen liefdesverdriet van Soord brengt duidelijk het beste in hem boven. “Show A Little Love” had qua intro zo van The Bends kunnen komen, gaat na een heftige Porcupine Tree-achtige break richting met elektronica gelardeerde Muse-bombast en daarna weer terug naar Thom Yorke en consorten, om je vervolgens nog een keer in de rondte te jagen. Of neem “3000 days” dat naar het einde van de plaat staat. Dat opent superkrachtig, bijna Rush-achtig instrumentaal, waarna Soord pas na dik twee minuten zijn zang in laat vallen, maar na twee minuten super gefocust en bijna grungy toewerkt naar het einde van de song. Het lullige is, dat ik me realiseer dat door het noemen van al die grote namen hierboven, ik The Pineapple Thief af lijk te schilderen als een grote gapper. Maar zo zijn de referenties in dit geval niet bedoeld. Ze zijn er om jou als lezer er van te overtuigen dat het nu toch echt tijd wordt dat deze Britten de plek krijgen die ze verdienen: in de top.

File: The Pineapple Thief – Someone Here Is Missing
File Under: Het enige dat hier nog ontbreekt is een doorbraak
File Audio: [MySpace]
File Video: [Nothing At Best]
File Minisite: [bij Kscope]

Ed Harcourt – Lustre / Illustrious

Piano Wolf / Bertus

ed_harcourt-lustre.jpgDe vorige keer dat ik op deze plek over Ed Harcourt schreef, was het vier jaar geleden, had ik een vriendin en waren we beiden hartstochtelijke bewonderaars van deze fijne Engelse piano-singer/songwriter. Maar de albumtitel The Beautiful Lie werd bewaarheid en onze relatie ging uit. Het is raar hoe je dat soort persoonlijke dingen met je kunt meedragen. Ik draai Harcourt niet zo vaak meer en ik voel me wat zwaarmoedig als ik zie hoe hij (slechts drie jaar ouder dan ik) op de cover van Lustre (‘glans’) poseert met vrouw en dochter. Dit is een sleutelplaat voor hem geworden; de geboorte van zijn dochter, het afscheid van zijn platenmaatschappij (die in 2007 wel nog een fraaie best-of uitbracht die veel te weinig recensies gehad heeft), en hij bracht Lustre voor het eerst uit via zijn eigen uitgeverijtje, samen met de bonus-cd Illustrious erbij. Dit keer heeft Harcourt zijn clowneske maniertjes thuisgelaten, waardoor hij een degelijke en charmante indruk maakt. Bovendien had-ie altijd al een prachtige stem, en blijven zijn teksten prettig ongemakkelijk. Zo past het bespiegelende “Do as I say, not as I do” mooi bij mijn computerprogrammeerwerk overdag, maar is “A Very Good Impression of Myself” weer een even spontane jammerklacht als zijn vroege werk. Ik kwam een mooi citaat van ene Kas tegen: ‘De ene keer lijkt Harcourt een moderne Brian Wilson, dan weer is hij het balorige neefje van Tom Waits, de gepikeerde buurjongen van Elvis Costello, drugsdealer van John Lennon, drinkemaatje van Bruce Springsteen, zwemleraar van Jeff Buckley of opticien van Elton John.’ Uitschieters zijn met name het titelnummer “Lustre” (ook een favoriet van Peer) en het dramatische “Lachrymosity”. Ook aan een met blazers opgeleukt nummer als “Heart of a Wolf”, waarvan een instrumentale versie op Illustrious staat, hoor je dat Harcourt dit keer vooral compositorisch zijn best gedaan heeft. Hij sluit de plaat dan ook niet alleen af met de mooie ballad “So I’ve been told” (die dan wel weer over een psychotische gevangene gaat, overigens), maar daarna volgt nog de gospel-achtige, euforische meewuiver “Fears of a father” die zonder veel twijfel ook wel het vaste slotnummer van zijn concerten gaat worden. Het is een suikerzoet nummer naar Harcourts maatstaven, met een vleugje Keane en Sky Radio erin, en het kan zo aan het einde van een film, maar ach, wat geeft het. Het is een gelukkig einde, en weke harten vol liefde hebben we uiteindelijk allemaal. Ook al kunnen we die niet altijd delen.

File: Ed Harcourt – Lustre / Illustrious
File Under: U zij de glorie
File Audio: [Lachrymosity][Tracks toegelicht][Haywired]

Sweet Apple – Love & Desperation

Tee Pee / Suburban

Sweet Apple - Love & DesperationSweet Apple slaagt erin zich te presenteren met een hele foute jaren zeventig-hoes. Opener en single “Do You Remember” doet weinig om het beeld van een foute seventiesrockband te neutraliseren. En toch is dit niet zomaar een bandje. Gitarist is Dinosaur Jr.´s J. Mascis (door onze eigen Klaas prachtig vereeuwigd), een man die van bewonderaars haters maakt en andersom. Zelf ken ik zijn werk met Dinosaur Jr. eigenlijk amper. Even wat tracks van Dinosaur Jr.´s Farm beluisterend vraag ik me ook af of liefhebbers van die plaat Sweet Apple zullen kunnen waarderen. Het is op deze plaat veel meer rechttoe rechtaan bluesrock, netter geproduceerd en met heel wat minder gekte. Wat heet, het doet regelmatig denken aan The Black Crowes, een indie-versie van Michael Katon of een wat ingetogener variant van Queens Of The Stone Age. De invloed van de drie anderen in de band is dus aanzienlijk. Dat zijn heren uit twee van Mascis´ andere bands: Cobra Verde´s John Petkovic (zang) en Tim Parnin (gitaar) en bassist Dave Sweetapple uit Witch. Het is een verzameling verrassend toegankelijke songs, waarbij de groove belangrijker was dan gitaarsolo´s of wilde experimenten. Een tip: luister deze plaat als geheel, niet als losse songs. Dit is namelijk zo´n plaat waar de groove zich in je geest moet nestelen. Blues is er altijd te horen, al dan niet gelardeerd met randjes country, stoner, grunge of zelfs gruizige stadionrock.”Dead Moon” is de enige uitzondering, want vooral elektronisch, zelfs met drums uit een doosje, en een laagje Chris Isaak daaroverheen. Toch past dit nummer er tot mijn verbazing prima tussen. Met deze stijlen, in een vooral ontspannen en warme productie, is het inderdaad een plaat die op mijn stapeltje past en niet op dat van een van de andere recensenten. Mascis-liefhebbers en -haters moeten dus allebei eerst eens luisteren.

File: Sweet Apple – Love & Desperation
File Under: J. Mascis, maar vooral ook drie anderen
File Audio: [AppleSpace]

Travels – Robber On The Run

Own / Konkurrent

Travels - Robber On The RunAltijd gevaarlijk om een band te beginnen met je vriend of vriendin. D’r is een kans dat het misgaat en dan zit je met de gebakken peren. Anar Badalov en Mona Elliott twijfelden hier nooit aan en vormen al jaren de kern van Travels. Robber On The Run is Travels’ derde album dat ze net als de twee voorgangers bijna geheel thuis in hun woonkamer opgenomen hebben. Hun muziek is dromerig en lichtvoetig, maar is wel geschoeid op een ruwe indieleest. De truc van het scherp houden zit ‘em bij Travels vooral in het inzetten van de gitaren. Die zijn vaak gortdroog en daardoor in your face, maar kiezen af en toe verrassende afslagen. Dat hoor je in “Smile”, waarin de zang weggezogen wordt in de nerveus rondgalmende gitaarpartijen. Zowel Anar als Mona zingt met zachte stem, waarbij hij de veelal de rol van softerik speelt en zij wat ruwer, soms tegen het vals aan, klinkt. Vaak zingen ze samen op. Grappig is hoe dat uitpakt in “Staring”, een liefdesverklaring aan elkaars(?) adres. Het is heel romantisch wat ze elkaar toezingen, maar als luisteraar ga je je bijna generen omdat je het gevoel krijg dat je de tortelduifjes aan het bespieden bent. Dat gevoel krijg je vaker tijdens het beluisteren van Robber On The Run en dat geeft deze derde Travels cd iets prettigs prikkelends.

File: Travels – Robber On The Run
File Under: Tortelduifjes bespieden door het kamerraam
File Audio: [MySpace][Smile]

The Daredevil Christopher Wright – In Deference To A Broken Back

Almost Musique / Munich

The Daredevil Christopher Wright - In Deference To A Broken BackIn Deference To A Broken Back, het debuut van The Daredevil Christopher Wright, werd grotendeels geproduceerd door Bon Ivers Justin Vernon. Net als Vernon is TDCW afkomstig uit Eau Claire, Wisconsin. TDCW bouwde de afgelopen jaren in Wisconsin een live-reputatie op met een gouden randje; waar zij kwamen regende het zweet van de plafonds in een collectieve viering van het leven en de folkmuziek in het bijzonder. Bijgestaan door Vernon, toch een beetje de pater familias van de hedendaagse Noord-Amerikaanse folk, mocht TDCW proberen hun kunnen te vangen in een album. Geen gemakkelijke opgave, maar ze slagen met verve. Een barok strijkorkestje heet de luisteraar welkom in het openingsnummer, slechts één minuut lang koorjongensvocalen en welgemikt getokkel waarin Andrew Bird nooit ver weg is. Mooie folkliedjes schrijven kunnen ze, maar dat kunnen er meer. TDCW onderscheidt zichzelf door de lichtvoetige lijn die door de plaat heenloopt. In het toch niet bepaald optimistisch getitelde: “A Conversation About Cancer” sluimert af en toe iets carnavalesks, en dat werkt wonderwel. Er komen de laatste jaren veel goede americana-platen voorbij, en meestal is door het openingsnummer te beluisteren vaak wel te voorspellen hoe de rest van de plaat zich zal ontvouwen. The Daredevil Christopher Wright ontwijkt die voorspellingen. De plaat gaat van barokke folk, bronstige folkrock, naar een toef psychedelica naar oerdegelijke akoestische pop. Heel goed gedaan.

File: The Daredevil Christopher Wright – In Deference To A Broken Back
File Under: Wijds uitwaaierende folkrock
File Audio: [Devil-Space]
File Video: [Acceptable Loss]