Monthly Archives: August 2010

Dungen – Skit I Allt

Subliminal Sounds / Clearspot

Dungen - Skit I AlltHet Zweedse Dungen is met Skit I Allt ondertussen aan haar zesde album toe en het lijkt wel of er met elk nieuw te verschijnen albums met grote regelmaat een versnelling verder teruggeschakeld wordt. Nog meer dan op 4 kiezen zanger/pianist/ gitarist Gustav Ejstes en zijn band voor een ingetogen tempo. Hierdoor komt de band ondertussen – vast niet geheel toevallig – uit in het vaarwater van land- en labelgenoten The Amazing. Er is qua bezetting namelijk nogal wat overlap tussen de twee bands, waarbij vooral gitarist Reine Fiske een flinke vinger in de pap heeft bij beide. Wat niet erg is, want zijn gitaargeluid is Goddelijk laidback wanneer het moet en venijnig en korzelig wanneer het kan. En als het moet combineert hij het natuurlijk ook. Een instrumentaal nummer als “Högdalstoppen” geeft hem alle ruimte om te excelleren en waarin de invloed van Pink Floyd er duimendik bovenop ligt. Groot verschil tussen Dungen en The Amazing is wel dat de songs waarin gezongen wordt Dungen blijft volharden in het zingen in het Zweeds dat vast niet alleen voor mij totaal onverstaanbaar is. Dus dat Skit I All Fuck All betekent wist ik niet tot ik het opzocht. Dat dat Zweeds tot mooie dingen kan leiden blijkt bijvoorbeeld uit “Brallor” (dat nota bene broek betekent). Daarin zingt Gustav samen met Anna Jävinen over een gruizige gitaarpartij en een bevreemdende beat je op een geweldige manier toe. Het is avontuurlijk en retro tegelijkertijd. Zoiets soortgelijks geldt voor “Min Enda Vän” dat opgebouwd wordt rond handgeklap, viool, fluit een pianoriedel en de mijmerende zang van Ejstes. Het is niet voor niets dat ik Skit I Allt absurd veel gedraaid heb de laatste tijd. Het is zo’n plaat waar ik echt in weg kan zakken en pas vele draaibeurten later weer uit op klauter. En dan lijkt er gewoon minimaal een half uur niets anders geweest te zijn dan de psychedelica van Dungen. Heerlijk.

File: Dungen – Skit I Allt
File Under: Permanent dagdromen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Skit I Allt]

Charlie Dée – Husbands And Wives

Bladehammer / EMI

Charlie Dée - Husbands And WivesMijn zoon ging vanmorgen voor de eerste keer naar school. Een klein ventje in zijn stoere rode piratenshirt zien zitten tussen kinderen die een stuk groter zijn, als vader krijg ik tegenwoordig om veel minder al een dikke keel. Op de terugweg gingen de sluizen alsnog open toen Charlie Dée‘s “Leaving Me” op de iPod voorbij kwam. Zelfs nu ik dit tik zit ik met mijn ogen te knipperen. Zo hard kan muziek soms binnenkomen. Velen zingen wel over gebroken harten en donkere tijden, slechts een paar menen het ook. Husbands and Wives is vooral een gemeende plaat, geloofwaardig. Charlie (echte naam: Renée van Dongen) noemt haar vierde album haar eigen Blood on the Tracks, ook niet Dylan-fans zullen inmiddels hebben begrepen dat de rozengeur en maneschijnkanten van een relatie maar mondjesmaat aan bod komen. Een greep uit de songtitels: “Since He’s Gone”, “Weep for Me”, “Run”, “Fragile Heart”. Ook het begrafenisnummer “Have it All” (dat ze schreef voor een Dela-reclame) staat erop. Kleenex bij de hand houden en scherpe voorwerpen opbergen, dus? Nee, dat ene sprankje hoop in de stem van Charlie houdt de plaat in balans. Plus grappige liedjes als “Mouse In My Kitchen”. De muziek is smaakvol, gitaargedreven (Martijn van Agt natuurlijk, Renée’s partner en een van de beste gitaristen van Nederland) met zo nu en dan wat strijkers, mellotron en vibrafoon. Een jaar of wat geleden wilde Charlie de handdoek gooien, en begrafenisondernemer worden. Nee, echt. Daar is ze nu hopelijk vanaf. Ik voorzie namelijk nog wel een paar momenten met mijn zoon waarbij ik graag getroost word door Charlie.

File: Charlie Dée – Husbands and Wives
File Under: Scenes uit een huwelijk
File Audio: [MySpace]

Crystal Castles – Crystal Castles

Fiction / Universal

Crystal Castles - Crystal CastlesHet eerste album van Ethan Kath en Alice Glass was stijlmatig compleet bij elkaar gejat, en desondanks was het een van de coolste platen van 2008. Distorted electropunk, synthesizertechno, Gameboy-bitpop en een zowat behekste vrouw die vanonder haar capuchon een tot extatische hoogten opgezweept publiek toekrijste: het is nadien vaker geprobeerd (Uffie, Kap Bambino), maar bijna nergens heb ik meer zo’n gekkenhuis meegemaakt als bij Crystal Castles. Kan er natuurlijk ook mee te maken hebben dat we die new-rave-tijd met de bonte eighties-neonhoodies nu wel enigszins gehad hebben. En de tweede plaat van Crystal Castles (die net zo min een titel heeft als de eerste) is ook wat minder ravey. Op “Doe Deer” en “Baptism” zie ik nog wel een wild feestje gebouwd worden, maar de vergelijking met Atari Teenage Riot mag voor de rest van de plaat de prullenbak in. Dat is namelijk een prettig soort electrowave: niet essentieel, maar wel erg lekker. Veel melodie, laidback, allemaal net wat te schel, scheurend rommelig en blieperig om ouderwets of juist een clubhit te kunnen zijn. “Empathy” had zelfs door Trent Reznor geschreven kunnen zijn. Crystal Castles compenseert hier het soort liedjes dat ik stiekem op R�yksopps Senior ook verwacht had, maar die daar niet op staan omdat het de rokerige sfeer zou schaden. Tegelijk hoef je de bass maar wat harder te draaien en het wordt toch nog een feest. De capuchon mag af en de stroboscoop mag uit, maar de experimentele lichtshow blijft.

File: Crystal Castles – Crystal Castles
File Under: Toch w��r een van de coolste bands van het jaar
File Audio: [MySpace][Last.fm][Spotify]
File Video: [Celestica][Doe Deer]

Spiritual Beggars / Mojobone

Spiritual Beggars: Inside Out / EMI; Mojobone: Hippodrome / Bertus

Spiritual Beggars - Return To ZeroDe eerste keer dat er een nummer van de nieuwe Spiritual Beggars voorbijkwam, had ik even het idee dat ik naar Zakk Wylde zat te luisteren. Niet alleen kent “Lost In Yesterday” (want dat nummer was het) eenzelfde logge gitaarriff als Wylde pleegt te gebruiken, de zang van de nieuwe zanger Appollo Papathanasio (Firewind) lijkt ook al op de voormalige Ozzy-axeman. Het is daarmee wel een stem die uitstekend past bij de muziek van deze Zweden. Ook al is het vorige album van vijf jaar geleden, qua sound is er niet zoveel veranderd. Het stonergehalte is zoals op de laatste albums niet al te hoog, het is echte seventies classic rock wat je hoort, inclusief uitstekend orgelwerk van Per Wiberg. Michael Amott mag dan het opperhoofd van deze band zijn, de anderen krijgen volop ruimte om zich te presenteren. Het voelt dan ook als een echt bandalbum, precies zoals het hoort bij seventies hardrock. Ja, je hoort voldoende invloeden, Zakk Wylde, Michael Schenker (“Concrete Horizon” lijkt nogal op diens “Desert Song” in riff en zanglijnen), Deep Purple, Whitesnake, maar die invloeden zijn samengesmeed tot iets dat voldoende eigen smoel heeft om te overtuigen. Ondanks de beperkte bandbreedte waarin Spiritual Beggars opereert, krijg je nergens het gevoel dat het op elkaar begint te lijken, dus compositorisch zit het wel snor. Het enige puntje van kritiek is dat er vijf jaar na het vorige album vooral meer van hetzelfde te horen is. Maar dat meer van hetzelfde is wel meer reuze lekkers.
Mojobone - Cowboy ModeBeggars-toetsenist Per Wiberg bracht een paar maanden geleden ook al een cd uit, met zijn (inmiddels tweemans)hobbybandje Mojobone. Wiberg is hier niet alleen verantwoordelijk voor de toetsenpartijen, maar ook voor gitaar, bas en zang. Zijn partner in crime op drums, percussie en zang is Marcus Källström. De bio wordt afgesloten met de merkwaardige zin ‘From start to finish, “Cowboy Mode” fails to disappoint’. Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat ze overtuigen, dat is wat minder negatief en ook nog eens volstrekt terecht. Waar Spiritual Beggars niet meer als stoner kan worden omschreven is dat bij Mojobone juist het startpunt. Niet uitsluitend overigens, want de fraaie ballad “Shadow King” is eerder een progrocksong. Ook classic rock, funk en zelfs soul doen hier en daar hun intrede. “End Of Music, End of Story” is bijna Soundgarden – ware het niet dat de gitaar fraai gezamenlijk soleert met een sax! Eerst en vooral is het echter rock, voor stonerbegrippen buitengewoon toegankelijk bovendien. De compositorische verscheidenheid is aanzienlijk groter dan bij Spiritual Beggars. Meest verrassend is nog wel dat Wiberg als zanger, als gitarist en als bassist volstrekt geloofwaardig is. Nergens heb je het idee dat hij aan zijn grenzen zit. Van mij mag Wiberg er wel wat muzikanten bijzoeken en lekker op toernee gaan. Mojobone is de status van hobbybandje ver ontstegen.

File: Spiritual Beggars – Return To Zero
File Under: Voorspelbaar lekker
File Audio: [BeggarSpace]

File: Mojobone – Cowboy Mode
File Under: Hobbybandje ontstegen
File Audio: [BoneSpace]

Caitlin Rose – Own Side Now

Names / Rough Trade

Caitlin Rose - Own Side NowIk schrok zelf een beetje van het gegeven. De editie van Into The Great Wide Open die komend weekend plaats gaat vinden is het eerste festival in pak ’em beet vijf jaar waar ik zonder (morele) File Under-verplichting naartoe ga. Geen voorbeschouwing, geen nabeschouwing, geen foto’s, niks. Ik vind het bijna eng. Gelukkig ga ik met mijn gezin en een stel goede vrienden. Zij zullen mij met plezier (en bier) ondersteunen dit weekend. Ik heb dan ook nog bijna geen flauw benul wat ik allemaal ga bekijken. Het kon wel eens de weg van de minste weerstand worden. Gewoon een beetje rond hobbelen en zien wat er op ons pad komt. Misschien dat ik nog wel een beetje lichte dwang uit ga oefenen. Zo lijkt de zaterdagmiddag me uitstekend om naar Caitlin Rose te luisteren. De drieëntwintigjarige zangeres uit Nashville heeft na een paar ep’tjes net haar debuutalbum Own Side Now uitgebracht en haar muziek lijkt me nu precies iets dat de hele karavaan waarmee we op tour gaan kan bekoren. Beetje singer/songwriter, dikke dot country, goede stem, niet al te lastige liedjes. Het verbaast me niet dat ze Linda Ronstadt als grootste invloed noemt, want daar schuurt ze met grote regelmaat langs. Sterke troef is haar stem. Van mij zou het wel net iets avontuurlijker mogen, of met minder twang. Niet voor niets spreekt een ingetogen track als “Things Change” me het meest aan. Rose kiest hierin net niet voor de voorspelbare afslagen en bovendien excelleert haar stem. Dat zou ze meer moeten doen. Het contrast met het vlijtig huppelende “That’s Allright” (een cover van een matig Fleetwood Mac-liedje) dat daarna volgt is behoorlijk groot. Beter is dan “New York City”, dat opvalt door zijn mooie meerlagige zanglijnen. Het zijn deze songs die mij doen vermoeden dat er meer in deze jongedame zit dan er nu uitkomt op Own Side Now. Je mag namelijk niet zomaar optreden op GWO, Take Root en samen met Phosphorescent en Deer Tick

File: Caitlin Rose – Own Side Now
File Under: Vage vermoedens
File Audio: [MySpace]

Women – Public Strain

Jagjaguwar / Konkurrent

Women - Public StrainBij het overlijden van Syd Barrett op 7 juli 2006 heeft er een klein mirakel plaatsgevonden. Vier van zijn ribben zijn uit zijn lichaam genomen en naar Canada vervoerd. Daar in Calgary zijn de ribben een half jaar lang bewerkt, tot zij samen de band Women konden vormen. Nog geen jaar later kwamen de heren met een gelijknamig debuut dat overliep van urgentie, psychedelische shitgaze. Reverb gitaarpop gevangen in galm en ruis die tegelijkertijd refereert aan Sonic Youth, Beach Boys en Syd Barrett in zijn minst nuchtere periode. Public Strain gaat verder daar waar Women ophield. Leek het debuut hier en daar nog een schetsboek van de vlegels, hier zijn de nummers meer uitgewerkt. En dit zonder enige vorm van scherpte te verliezen. Elf enorme eigenwijze popliedjes waar de gebroeders Wilson mid jaren ’60 zich voor in de handjes hadden geknepen, badend in een bad van drugs, ruis en feedback waarbij elk detail lijkt te kloppen. Dit is no shit lo-wave brillcream noisepop gaze waar zowel de ouderen als de jongeren die elke 7e juli even stilstaan bij het vergaan van die ene psychedelische popgod met een glimlach naar kunnen luisteren. Het gaat goed met het erfgoed, er is iets moois met die ribben gedaan.

File: Women – Public Strain
File Under: Goed hergebruik van Syds ribben
File Audio: [MySpace][Last.fm]
File Video: [YouTube]

Scram C Baby – Slow Mirror, Wicked Chair

Excelsior / V2

Scram C Baby - Slow Mirror, Wicked ChairEen festival levert vaak keuzeproblemen op, maar er zijn ook momenten dat mij de keuze simpel lijkt. Zo staan er op Into The Great Wide Open op zaterdagmiddag om half vijf twee bands geprogrammeerd uit de Excelsior-stal. In De Bolder speelt The Upsessions en op het Naar Buiten-podium staat dan Scram C Baby. Mocht je iets met reggae hebben dan moet je vooral naar de eerste gaan, maar de ‘echte’ indierockliefhebber staat uiteraard bij het Amsterdamse Scram C Baby. De band rond John Cees Smit bestaat al vanaf 1992 en kende de nodige bezettingswisselingen. Zo is er op hun achtste album Slow Mirror Wicked Chair een nieuwe drummer in Marit de Loos, die eerder drumde bij Caesar en trouwens al mee speelde bij de laatste tour van SCB (en om het op zijn RTL-Boulevards te doen: ze doet het met de zanger). Ik kende ze altijd als een bandje dat klonk alsof het in de achtbaan zat en allerlei onverwachtse bewegingen maakte waarbij de ene beweging nog spannender en uitdagender was dan de andere. Ook op Slow Mirror Wicked Chair is het weer een avontuur om werk van ze te horen, al komen de inspiratiebronnen veelal uit het verleden. Ik hoor er bijvoorbeeld Pavement, Pixies, Stooges en Caesar in terug, maar mij hoor je niet klagen. Wat een band en wat is het weer een heerlijke plaat.

File: Scram C Baby – Slow Mirror Wicked Chair
File Under: Indierock superdeluxe
File Audio: [MySpace][Check de Luisterpaal]

Mother Mother – O My Heart

Ada / Last Gang / Rough Trade

Mother Mother - O My HeartAls Perez Hilton je aanprijst als een van de beste bands van nu, wat doe je dan? Dan mail je 'm terug met de vraag waarom hij zo nodig gezichtsverlies moet lijden in de nieuwste video van Vengaboys of je bent goed opgevoed, bedankt hem vriendelijk en je trekt je eigen plan. Het Canadese Mother Mother koos voor de laatste optie en liet de fashion-celebrity-homo nog even weten dat bands als Spoon en The Killers tien keer beter zijn. Op haar tweede cd doet Mother Mother een rondje The New Pornographers, Scissor Sisters en Ok Go. Het is indierock met roots en hooks, zoals ook Panic At The Disco die heeft. Versta me goed, het is superverzorgd allemaal met goed uitgedachte refreinen, basloopjes, prachtige vocalen en fijnbesnaard gitaarspel, maar het is wel allemaal te keurig binnen de lijntjes. Mother Mother springt nergens uit de band. Misschien is dit vijftal live van een heel andere orde. Dat zou zomaar kunnen. Ik hoor vooralsnog een band die het in zich heeft om uit te groeien tot een stadionact met vette sponsordeals op zak. Uiteindelijk zal Mother Mother zich in de bandbus beklagen over het feit dat ze weer moeten opdraven voor hordes 16-jarige meisjes tijdens een LosVast-spektakel. Mother Mother, wat willen jullie nou eigenlijk?

File: Mother Mother – O My Heart
File Under: Mother Mother where art thou?
File Audio: [Mother-Space]

Week 34, 2010

Storm
Caitlin Rose – Own Side Now
Ewie
Scram C Baby – Slow Mirror Wicked Chair
Ludo
Baths – Cerulean
Gr.R.
Transmission Nederlands 80-86 (The Dutch Cold Wave) – Diverse Artiesten
Ramon
Mogwai – Special Moves
Prikkie
 Mother´s Army – Mother´s Army
DubbelMono
Arab Strap – The Week Never Starts Round Here / Philophobia (Deluxe Double Disc Sets)
Campking
Motorpsycho – Timothy’s Monster (4 cd re-issue)