Monthly Archives: August 2015

The Late Call – Golden

Tapete Records

The Late Call - GoldenJohannes Mayer, alias The Late Call, heeft het vast vaker gehoord. De in Stockholm wonende Duitser kan er ook niks aan doen dat zijn stem lijkt op die van Chris Martin. En dat zijn liedjes best wel wat weg hebben van de songs van Coldplay ten tijde van Parachutes, toen de band nog niet vermogend genoeg was om er een vette productie overheen te gooien. Golden is het vijfde album van The Late Call en ik vraag me af of het opgemerkt gaat worden. Het kwam namelijk al in april uit maar was mij tot nu toe nog geheel onbekend. Nu ik er naar luister snap ik dat. Om op te vallen in het overschot aan singer-songwriters moet je met iets bijzonders komen. Iets wat jou onderscheidt van de hele grote meute. The Late Call doet dat niet. De twaalf liedjes op dit vijfde album zijn niet slecht maar ze missen allemaal dat ene bijzondere waardoor je op het puntje van je stoel gaat zitten en na afloop het album weer opnieuw wil beluisteren. Ik vermoed dat ik Golden nooit meer zal beluisteren. De liedjes zijn te eenvormig en doen me te veel denken aan Coldplay en eerlijk is eerlijk, die hoor ik dan toch liever.

File: The Late Call – Golden
File Under: Variaties op een (Coldplay)thema
File Video: [Golden (album teaser)]
File Facebook: [The Late Call op Facebook]

Agusa – Agusa 2

The Laser’s Edge/ Bertus

Agusa - Agusa 2Het Zweedse Agusa is genoemd naar het bosrijke dorpje waar de band feitelijk zijn sound vond, seventies symfonische rock en psychedelica met een stevige rand folk. Op het tweede album is er een nieuwe drummer, maar minstens zo belangrijk is de toevoeging van fluitiste Jenny Puertas. Agusa 2 bevat slechts twee songs, met de voor mij grotendeels onbegrijpelijke titels “Gånglåt Från Vintergatan” en “Kung Bores Dans”. Maar wat maakt het uit, beide songs, respectievelijk twintig en achttien minuten lang, zijn toch instrumentaal. “Gånglåt Från Vintergatan” kent een verbazend catchy centrale melodie, waar in alle rust eindeloos omheen gemusiceerd wordt. Rustige opbouw, ruimte voor heerlijke orgel-, gitaar- en fluitsolo’s en ondanks dat er niet wordt toegewerkt naar zoiets als een climax (of vijf climaxen, gezien de lengte) ben je sneller bij de twintig minuten dan je denkt. Ook in “Kung Bores Dans” wordt het nergens uitzinnig technisch vertoon. Weer is er sprake van een rustige, bijna bluesy basis, waarop vervolgens duchtig gejamd wordt. Je kunt er voor een beschrijving allerlei bekende namen uit de prog en psychedelica aanhangen, zoals de vroege Pink Floyd of Soft Machine, maar ik dacht ook regelmatig aan die andere psychedelische Zweden Siena Root. Die hebben er wèl zang bij en zijn regelmatig uitbundiger dan Agusa, maar met name het gebruik van het orgel heeft veel overeenkomsten. Maar ja, met de omschrijving instrumentale, folky symfo en psychedelica kun je nog steeds alle kanten op. Gelukkig zijn beide tracks online te beluisteren. Doe dat vooral.

File: Agusa – Agusa 2
File Under: Het Zweedse bosleven
File Audio: [Stream “Gånglåt Från Vintergatan”] [“Kung Bores Dans” op AgusaCamp]

Lynch Mob – Rebel

Frontiers/Rough Trade

Lynch Mob - RebelGeorge Lynch is een rockgitarist van de moderne stempel: hij werkt zich een slag in de rondte met een stuk of vijf bands tegelijk. Tegelijkertijd is hij ook nog bezig geweest met de documentaire Shadow Nation (met daaruit voortvloeiend weer een band, Shadow Train) en bouwt hij custom gitaren onder de naam Mr. Scary Guitars. Het is inmiddels augustus en hij brengt met Lynch Mob zijn derde plaat van het jaar uit, na eerder Sweet & Lynch en Shadow Train. Lynch Mob mag een doorgangshuis van muzikanten zijn, met zanger Oni Logan, bassist Jeff Pilson en drummer Brian Tichy was er op dit album een gerenommeerde band aan het werk. Live zijn de laatste twee er al niet meer bij overigens, ook dat is het moderne rockleven. Sweet & Lynch was een forse tegenvaller, Shadow Train (met onder andere Slaviorzanger Gregg Analla) is heerlijk, waar komt Rebel op de schaal van waardering? In eerste instantie kon het me allemaal niet zo bekoren eerlijk gezegd. Vakwerk, maar weinig sprankeling. Tot ik tracks hoorde zonder het hele album te horen en die individuele tracks me toch erg goed bevielen. Meestal is dat een teken dat er iets schort aan de opbouw van een album. En inderdaad: in het begin van het album zitten nogal generieke songs. Goed uitgevoerd, compositorisch klopt het, maar het zijn geen songs waar je van recht overeind gaat zitten. Vanaf het bluesy “Jelly Roll” wordt dat een stuk beter. In “Dirty Money” lijkt zelfs met een gitaarsynthesizer te worden geëxperimenteerd, met een lekker knorrend gitaargeluid tot gevolg. Oni Logan is geen overdreven herkenbare zanger, zeker niet als hij “Pine Tree Avenue” begint met een David Coverdale-uithaal, maar hij is de geknipte zanger voor dit merendeels mid-tempo materiaal. Hij galmt lekker maar met mate en in songs als “The Hollow Queen” slaagt hij erin de zanglijnen een wat moderner tintje mee te geven. Het beste vind ik hem nog in de fijne John Sykes/Michael Schenker-achtige bluesy powerballad “Kingdom Of Slaves”. Lynch’ gitaarwerk is altijd tot in de puntjes afgewerkt en dat is ook nu het geval. Hij mag dan vingervlug zijn, meestal kiest hij juist voor een minder snelle, melodieuze solo. Tegelijkertijd zit het gitaarwerk ook buiten de solo’s om vol prachtige details. Het is jammer dat het songmateriaal in het begin te wensen overlaat. Nu komt Rebel ergens tussen Sweet & Lynch en Shadow Train in.

File: Lynch Mob – Rebel
File Under: Stroeve start
File Video: [“Automatic Fix”] [“Testify”] [“War” (audio)] [LynchTube]

Bill Wells And Aidan Moffat – The Most Important Place in the World

Chemikal Underground

Bill Wells and Aidan Moffat - The Most Important Place in the World.jpgTerwijl ik dit stukje tik is Lowlands 2015 in volle gang. Zestien jaar geleden stond Aidan Moffat daar, toen voorman van Arab Strap en al bekend als groot innemer. Het optreden duurde dertien nummers lang en tijdens elk nummer werkte hij een blikje bier weg. Toen de band het podium verliet stonden ze pontificaal op een rijtje op het drumpodium als een monument voor een nagelaten optreden. Het verscheiden van Arab Strap in 2006 kwam niet onverwacht. Het truukje leek op en we hoopten vooral dat het drankorgel het zou redden in zijn eentje. Een soloplaat met voorgedragen poëzie en proza, platen als L(ucky) Pierre en een album met The Best-Offs verschenen, Moffat ging trouwen en kreeg twee kinderen. En nu is er dan het tweede werkstuk met pianist Bill Wells. Sprechgesang, teksten over verlies, mislukte liefdes, drankmisbruik: in het universum van Aidan Moffat is niet zoveel veranderd sinds dat roemruchte optreden in 1999. Het verschil is dat de krakkemikkige drumcomputer nog maar een enkele keer van stal wordt gehaald en vervangen wordt door samples. Pianoballades vormen de hoofdmoot (“This Dark Desire”, “VHS-C”), afgewisseld met een chaotisch, Beefheartiaans dronkemansminiatuurtje (“Lock Up Your Lambs”) en jazzy, aan triphop refererende sferen (“Vanilia”). In Moffats teksten vinden we weer de nodige pareltjes, van uiterst ranzig, tot uiterst romantisch: “I was dreaming we’d lifted off, like Sandy and Danny in Grease Lightning […] our tank full of hope and our trunk full of plans”. Alsof de Tom Waits uit de jaren zeventig weer terug is, gelukkig en wel.

File: Bill Wells and Aidan Moffat – The Most Important Place in the World
File Under: Home is where the bottle used to be
File Video: [Any Other Mirror]

Lowlands 2015: zondag napret

door: Gr.R en Stonehead. / Foto’s: Jorg

Ought-2431-kl.jpg

De derde dag. Na twee dagen Lowlands, in de volle zon, ben je niet zo okselfris meer. De zon brandt alweer ongenadig hard, het luchtbedje is half leeggelopen en wellicht was het toch niet goed idee om naar de Brand Bijzondere Bieren Bar te gaan, gisteravond. Een fijne toevoeging, die bar. Ze keuze is niet echt bijzonder, de gewone Brand productiebieren, maar het is erg fijn, als afwisseling op het gewone bier.
Wellicht heeft de Lowlandsorganisatie daarop geanticipeerd door Bear’s Den in de vroeg middag te zeggen. De kabbelende indiefolk van Bear’s Den komt niet echt van de grond. Alsof het ook voor Bear’s Den te vroeg is. Dan kon de overgang met Kenny B. niet veel groter zijn. De een zal zijn oeuvre beschouwen als vrolijke Caraïbische klanken, de ander beschouwt het als de Volendammisering van de reggae. Het helpt ook niet mee dat Kenny B. niet echt toonvast is.


Continue reading

Rock Candy Funk Party – Groove Is King

Provogue/Mascot

Rock Candy Funk Party - Groove Is KingNog voor de eerste noot is gespeeld is deze cd al geslaagd. De opening is namelijk voor MC Mr. Funkadamus, ofwel Billy Gibbons van ZZ Top. Hij keert nog twee keer terug op deze cd en elke keer is het een genot om te luisteren naar de diepe stem van Mr. Funkadamus. Alsof Rock Candy Funk Party introductie behoeft. Oh? Toch wel? Nou vooruit dan. Joe Bonamassa, bluesgitaargod en merchandisekoning, drummer en producer Tal Bergman (al enige tijd Bonamassa’s drummer, maar daarvoor al werkzaam voor bijvoorbeeld MC Solaar en Herb Alpert), bassist Mike Merritt (Levon Helm, Conan O’Briens huisband) en gitarist Ron DeJesus (Tito Puente, Hugh Masekela). Officieel geen bandlid, maar op elke song vertegenwoordigd is toetsenist Renato Neto (o.a. Prince). Twee jaar geleden kwam het debuut We Want Groove uit, dat vooral jazzrock en fusion bevatte. Op Groove is King wordt een andere richting ingeslagen. Drums en bas leggen bijna (of helemaal) dancebeats neer, waarna de invulling met gitaar, orgel, synths en blazers meestal zorgt voor de de funk. Vergis je niet, dit is niet een verkapt Joe Bonamassa-album. De band is een uitvloeisel van een eerdere samenwerking van Bergman en DeJesus en Bonamassa sloot als laatste aan. Je zou dan ook nog eerder kunnen zeggen dat het een Tal Bergman-album geworden is, want alles begint met drums en percussie. Of bijna alleen percussie, zoals “If Six Was Eight”. Natuurlijk zitten er fijne gitaarloopjes tussen, maar net zo vaak zijn het toetsen of blazers (o.a. Randy Brecker) die in de spotlights staan. Opvallend is de cover van Peter Gabriels “Digging In The Dirt” – vrijwel zonder vocalen. Afsluiter “The Fabulous Tales Of Two Bands” is zowaar een EDM mashup, met ook fragmenten van The Prodigy’s “Firestarter”. De rest is echter funk. Funk met rocktrekjes, funk met een dancefeel, funk met flarden wereldmuziek, er wordt lekker gevarieerd binnen het genre. Het is allemaal wat compacter en minder “kijk-mamma-zonder-handen”-muziek dan het debuut en dat is wat mij betreft een verbetering. Tegelijkertijd is het nog steeds muziek voor (wannabe) muzikanten, vooral door het ontbreken van zang. Vind je dat geen bezwaar, dan is Groove inderdaad King.

File: Rock Candy Funk Party – Groove Is King
File Under: Funkerdefunk
File Audio: [“Uber Station”, download voor je e-mailadres op de site)
File Video: [“Don’t Be Stingy With The SMPTE”] [CandyTube]

John Coinman – Already Are

Cavalier Recordings

John Coinman - Already AreTja, waar ken ik de naam John Coinman van? Ik was aan het denken of het een zanger van een band is die nu solo zijn ding doet. Maar ik kan er niet opkomen. Is het dan een Nederlander met een verengelste naam? Nee, geen van beide blijkt van toepassing. Coinman is een Amerikaan en zijn laatste solo-release stamt uit 2005. Zijn nieuwe release Already Are is zijn zesde album. In tussentijd verdiende hij vooral zijn geld als begeleider van Kevin Costner, inderdaad die van Dances With Wolves. Costner is naast acteur ook zanger, en Coinman is zijn gitarist en songschrijver. Op Already Are manifesteert hij zich als singer-songwriter in het alt.country-genre. In deze songs beschrijft hij de recente Amerikaanse geschiedenis en zingt hij over Oklahoma (“Oklahama City”). Maar ook over niet vreemdelingen die niet welkom zijn (“Five Minutes From America”), maar ook eigen verhalen (“That’s What You Do For Fame”). De teksten zijn prima in orde, de muzikanten ook (prachtige pedal-gitaar van Neil Harry), de songs idem, maar het mag allemaal net wel wat sprankelender. Het is alsof het niet mag knallen. Coinmans wat onopvallende stem helpt daar niet bij. Al moeten liefhebbers van artiesten als Bruce Cockburn zeker eens luisteren. Aan producer Teddy Morgan heeft het in ieder geval niet gelegen. Hij is een goede producer, zoals onlangs te horen op Brandy Zdans debuut. Haar stem komt hier overigens ook voorbij.

File: John Coinman – Already Are
File Under: Degelijke singer-songwriter
File Audio: [Hey Man What About You]
File Social: [Facebook]