Category Archives: Gastschrijver

David Bowie – Blackstar

ISO

David Bowie - BlackstarIk ben opgegroeid met David Bowie. ‘Völlig losgelöst’ door dat speciale “Space Oddity”, gek op het geram in “The Jean Genie” en de in mijn vaste (jaren ’70)-discotheek zeer bijzonder klinkende “Fame” en “Golden Years”. De Duitse versie van “Heroes” uit de film Christiane F maakte op mij nog de meeste indruk. We schrijven inmiddels 35 jaar later en dan is er Blackstar. Van enige gezapigheid van een op leeftijd zijnde artiest is bij Bowie (vrijdag 8 januari 69 jaar geworden!) geen sprake. Blackstar start jazzy met het titelnummer dat bijna tien minuten beslaat. Halverwege neemt Bowie als zanger het heft stevig in handen waarbij het ‘on the day of execution’ alsmaar spannender en onheilspellender wordt. Mijn favoriete nummer op Blackstar is “Lazarus”. Dramatisch en meeslepend. Prachtig blaas- en gitaarwerk. Kippenvel! Drie andere songs, “Tis A Pity She Was A Whore”, “Sue” en “Girl loves Me” zijn minder easy en (ver)dienen vaker beluisterd te worden. Lekker in het gehoor liggen de slotnummers “Dollar Days” en “I Can’t Give Everything Away”, waarmee je heerlijk weg kunt zwijmelen. En een fijn gevoel overhoudt aan vijftig jaar Bowie. Verwacht geen makkelijk commercieel succes à la “Let’s Dance”, maar een boeiend hoorspel van bijna drie kwartier. De artiest, die de komende maanden in het Groninger Museum (een must voor fans!) ook nog een bijzondere tentoonstelling heeft over zijn artistieke invloeden getiteld ‘David Bowie is’, staat weer helemaal in het middelpunt van de belangstelling. Hij heeft een bijzonder album afgeleverd. Een aanrader!

File: David Bowie – Blackstar
File Under: David Bowie is (nog altijd goed)
File Gastschrijver: Eric

Pianos Become The Teeth – Keep You

Pianos Become The Teeth - Keep YouGroot nieuws was het. Eind augustus laat een band uit Baltimore via Noisey weten dat op hun nieuwe Pianos Become The Teeth-album niet meer zal worden geschreeuwd. Een deel van de fans is niet geamuseerd. Strepen in het zand worden getrokken, kampen worden verdeeld. Want een lekker potje schreeuwen kan zanger Kyle Durfey wel. Wat moeten ze zonder die getergde, maar troostende uithalen? Een aantal nieuwe nummers die voor de release worden gedropt verraden de koerswijziging. Inderdaad geen geschreeuw meer, maar heeft de band aan intensiteit ingeboet? Integendeel. Op het eind oktober verschenen Keep You hoor je een band die weten wat ze willen en doen waar ze zin hebben. Als dat klinkt als The National met posthardcore/screamo-wortels, dan vind ik dat helemaal niet erg. Het uitgedoofde vuur op de cover van dit album is niet symbolisch voor de plaat. Vanaf opener ‘Ripple Water Shine’ wordt een erg fijne sfeer neergezet die nergens door de vingers glipt. Waar ze als een flipperkast met genadeloze riffs en overweldigende percussie door voorgangers Old Pride en The Lack Long After heen raasden, is alles nu opeens verrassend definieerbaar en kalmer. Op Spiderland-achtige wijze bouwt Durfey een spanningsboog op die op het prachtige meeslepende slotstuk ‘Say Nothing’ tot een climax komt. Aan de getergde ‘I MISS YOU’, die Brian McMahan van Slint uit zijn tenen trekt, kan natuurlijk moeilijk worden getipt. Een soortgelijk gevoel komt wel bij mij naar boven. ‘So let’s say nothing some more…’ zingt de Pianos Become The Teeth-vocalist op een manier die doet denken aan zijn klaagzang op de vorige albums die uitkwamen op het betrekkelijk kleine, maar oh zo leuke label Topshelf. De mannen zitten nu bij Epitaph en kunnen met Keep You een groter publiek aanspreken. Ze schreeuwen niet meer om gehoord te worden, dat komt eigenlijk des te harder over.

File: Pianos Become The Teeth – Keep You
File Under: Minder thee met honing, intenser dan voorheen
File Video: [I’ll Get By]
File Gastschrijver: Ruben

Spoon – They Want My Soul

Loma Vista

Spoon - They Want My Soul‘Yes, yes, I know, they want my soul’, schampert Britt Daniel in het titelnummer van het achtste studioalbum van zijn band Spoon. Om nog maar eens duidelijk te maken dat ‘ze’ die toch nooit zullen krijgen. Sinds de release van het debuut Telephono in 1996 heeft Spoon immers gaandeweg bewezen één van de meest eigenzinnige indie rock ‘n roll-bands van hun tijd te zijn. En nu, ruim vier jaar na voorganger Transference, is de band terug: en hoe. De pauze heeft het gezelschap duidelijk goed gedaan, zo is te horen aan de speels- en frisheid waarmee bijvoorbeeld opener “Rent I Pay” wordt gebracht, terwijl het tegelijkertijd onmiddellijk herkenbaar is als Spoon: de typerende nonchalance is gebleven, het is alsof het zo even uit de mouw wordt geschud. “They Want My Soul” herbergt een verzameling liedjes die afwisselend melancholisch, vrolijk, ingetogen en uitbundig klinkt. In een kleine 38 minuten vuren Daniel en co hun hele arsenaal op je af: stampende indierock, soul, pop, elektronica, de kenmerkende rasp in Daniels vocalen, het is er allemaal. En dat met een immer waanzinnig gevoel voor melodie, dosering en oog voor detail. De aanzwellende en dan weer wegebbende synth in “Inside Out” bijvoorbeeld, de opbouw naar het tweede couplet van “Do You” of de bizarre gitaarerupties in “Knock Knock Knock”: ook de productie verdient zeker een pluim. They Want My Soul laat horen hoe spannend rock ‘n roll anno 2014 kan klinken.

File: Spoon – They Want My Soul
File Under: Rock ‘n roll anno 2014
File Gastschrijver: Jeen

MØ – No Mythologies To Follow

RCA

Mø - No Mythologies To FollowDe Scandinavische landen hebben de afgelopen twintig jaar al vaak genoeg bewezen patent te hebben op de combinatie van spannende popzangeressen met elektronica en synthesizers. Ook de Deense zangeres Karen Marie Ørsted (MØ) past naadloos in het rijtje erfopvolgers van Björk. Zonder dat ze ook maar één moment direct doet denken aan de ijskoningin uit Reykjavik, overigens. Want MØ is een kind van haar tijd. Een tijd waarin dancebeats en sensuele R&B-patronen in zwang zijn. Die contrasteren op haar debuut No Mythologies to Follow op zeer prettige wijze met de Noord-Europese popcultuur. Prijsnummer is de single XXX 88, waarop Diplo de beats verzorgt. Hij maakt het nummer nog iets zonniger en hitpotenter dan de rest van de plaat al klinkt. Het heeft wel wat weg van Get Free, de hit die Diplo-project Major Lazer een jaar of twee terug al scoorde. Maar ook de andere beats op deze plaat zijn stuk voor stuk ware oorwurmen. Bijna elk nummer heeft wel een vettige synth- of computermelodie die zich na een paar luisterbeurten in je hoofd nestelt. De sensuele zang van Ørsted maakt de nummers spannend en allerminst plat. Slechts Don’t Wanna Dance klinkt door een slap refreintje wat al te gemakkelijk. De meest logische referentie voor MØ lijkt Jessie Ware, die twee jaar geleden met eenzelfde combinatie van (synth)pop, dance en R&B op de proppen kwam. MØ klinkt echter iets speelser en stekeliger, Ware wat introspectiever.

File: MØ – No Mythologies To Follow
File Under: R&Björk
File Gast: Lukas
File VIdeo: [MØ – Don’t Wanna Dance ]

Alcest – Shelter

Prophecy

Alcest - ShelterMetal staat niet direct bekend als het meest hippe, modieuze en progressieve muziekgenre ooit. Toch voltrekt zich de laatste jaren met name in de black metal een kleine revolutie. De kruisbestuivingen met andere muziekstromingen zijn er niet van de lucht. Neem het veelgeprezen Sunbather van Deafheaven uit 2013; dat wisselde ziedende metalriffs af met screamozang en post-rockclimaxen. Het kwam zelfs zover dat de term hipstermetal regelmatig de revue passeerde. De band die mede aan de basis staat van die verhipstering is het Franse Alcest. Frontman Neige manifesteerde zich in de beginjaren als een echte metalhead, maar toen Alcest na zeven jaar eindelijk tot een debuutalbum kwam, klonk dat allerminst woedend en ruig. Souvenirs d’une Autre Monde (2007) werd een meer dan geslaagde hybride van post-rock, shoegaze en de meest melodieuze black metal denkbaar. Nu, weer zeven jaar later, is Alcest met Shelter aan zijn vierde studioplaat toe. Neige heeft zijn ideologische veren nu echt volkomen afgeschud. Met metal heeft dit niets meer te maken. De sereen voortkabbelende gitaargolven brengen Alcest inmiddels meer op het Slowdive-zijpad van de shoegaze dan de My Bloody Valentine-straat. Frans blijkt daarbij eens te meer een mooie taal voor droompopvocalen. Mooie klanktapijten te over op Shelter, maar wellicht waren het toch de restjes pit uit de metaltijd die Alcest een spannende band maakten. Want af en toe trekt deze warme golfstroom wel erg ongemerkt voorbij. De zeggingskracht is er ten opzichte van eerdere albums niet groter op geworden. Wat resteert is een prima dreampopplaat die met vooral “L’Eveil des Muses” en “Délivrance” prachtige momenten kent, maar soms wat té slaapverwekkend wordt.

File: Alcest – Shelter
File Under: De hipstermetal voorbij
File: Gastschrijver: Lukas

Liars – Mess

Mute

Liars - MessLiars had ik reeds lang diep weggestopt in het laatje ‘bands die toch niets voor mij zijn’. Experimenteel? Ja. Interessant? Zeker. Maar het was me doorgaans te eenvormig om te blijven boeien. Tot ik onlangs op de verrassend catchy single Mess on a Mission stuitte. Zowaar een nummer dat met een heerlijk schreeuwrefrein direct binnenkomt. Een flinke scheut dance-punk, maar dan wel gecombineerd met de elektrische stroperigheid van The Knife. En wat blijkt: zeker de eerste helft van Mess is voor Liars-begrippen ongekend toegankelijk en vooral dansbaar. De plaat combineert een diep dreunend house-geluid – een koptelefoon is aan te bevelen – met vooral veel postpunkinvloeden. Vooral Suicide, oervader van de synth punk, is nooit ver weg. De plaat klinkt door de vervormde zang soms waterig, maar door de stuwende beat ook weer erg industrieel. Alsof de band al watertrappelend voor de kust van Fukushima aan het openemen is geweest. Op de tweede helt van Mess zakt Liars langzaam naar de bodem van de oceaan. Het tempo gaat omlaag, synth punk wordt meer krautrock. De experimenteerzucht komt toch weer tot uiting; voor doorgewinterde Liarsadepten zullen de twee slotnummers ongetwijfeld het meest te bieden hebben. En ik? Ik zit inmiddels zo in deze hypnotiserende plaat dat ik ditmaal wel meegezogen word in de zalige eenvormigheid van een radioactieve zeebodem.

File: Liars – Mess
File Under: Radioactieve diepzeedans
File Gastschrijver: Lukas

Dowzer / Leo Gstrein / Burned Shoulders

Waterslide & Eigen beheer & Brave Burger Records

Ik moet eerlijk bekennen, dat het tegenvalt om tijd vrij te maken voor stukjes. Er was dan wel vorstverlet, maar ik had toch een aantal beunklussen en ben thuis ondertussen ook nog eens begonnen met klussen. Gezeten achter de computer, om me heen ligt er allemaal zooi, maar ik ga toch maar weer eens een poging wagen.
Dowzer - Facing Paper TigersWas mijn vorige stukje niet al te positief over het niveau van rockmuziek in Nederland, met Dowzer krijgt het een nieuwe kans. Een kwartet uit Roosendaal dat poppunk maakt met als invloeden als NOFX en Blink182. – Gaap. Hebben we dat nou niet een keer gehad? – Nee dus: getuige de vijf nummers die op het schijfje Facing Paper Tigers staan. De clichés zijn niet te missen, al stuitert het lekker. Een bandje dat het in de plaatselijke jeugdsoos goed zal doen, maar waar we verder waarschijnlijk nooit meer iets van horen. Het ene oor in, het andere oor uit. En die zanger is die nog verkouden? Wel een leuk hoesje trouwens en met stickers!
Leo Gstrein - Someday You´ll Be KingOver hoesjes gesproken. Hagenaar Leo Gstreins Someday You´ll Be King is een hele mooie. De hoes is ontworpen door drummer Manfred Gstrein en mag zo aan de muur van mijn verbouwde toko. Over de muziek geschreven door broer Leo daarentegen moet ik wat langer nadenken. Het is een soort van: ik weet wat er te koop is en ga alle clichés proberen te omzeilen (waarvoor op zich hulde!). De cd heb ik heel wat moeten draaien, voordat bij mij het kwartje enigszins begon te vallen. Het met name wat ingetogener en de emotie opzoekend materiaal vind ik wat minder. Wat dat betreft zijn de twee openers geen lekkere start, maar daarna komt het toch nog wel goed. Wat zich wel wreekt is de stem van Leo: ik vind hem wat dunnetjes voor een heel album. Misschien ook daarom dat de track “Cold November” gezongen door Julia Scott mijn favoriete song van dit album is, ondanks de ingetogen sfeer. En “The Black Sea” dat de speakers uitspat.
Burned Shoulders - On EscapismAls je het over zangers hebt, dan heeft Burned Shoulders een hele fijne. Of beter gezegd een heel aparte. Dit is Sander Timmermans, en als ik het goed heb is hij de hele band. Hoofdinstrument is de gitaar en dus de bijzondere stem van Timmermans, die wel wat aan Connor O´Brien en Anthony Hegart doet denken. Op zich zou deze plaat On Escapism best wel wat kunnen zijn, maar de sobere – lees wat saaie – uitvoering maakt toch dat negen tracks wat teveel van het goede is. Ik kom er gewoon niet doorheen, en dat terwijl het niet slecht is. Van het album zou van mij alleen “On Homes & Surroundings” door mogen naar de volgende ronde. Ondanks dat dit met ruim zeven minuten lengte de langste track is, komt ook door het gebruik van de piano naast de gitaar hier alles samen. Kortom mijn advies: bandje formeren en met instrumentarium de saaiheid doorbreken. Komt het helemaal goed. En toch maar een andere bandnaam, want van Burned Shoulders ben ik nog nooit vrolijk geworden.

File: Dowzer – Facing Paper Tigers
File Under: Poppunk naar (te) bekend recept
File Audio: [MySpace]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter] [Facebook] [Blog]

File: Leo Gstrein – Someday You´ll Be King
File Under: Niet de makkelijkste weg zoeken
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [Hun Videokanaal]
File Social: [Twitter] [Facebook]

File: Burned Shoulders – On Escapism
File Under: In een track samen te vatten
File Audio: [Bandcamp]
File Social: [Twitter] [Facebook]

File Gastschrijver: Joop van de Sloop

Ducktails – The Flower Lane

Domino/V2

Ducktails - The Flower LaneWaar Matt Mondanile voornamelijk bekend is als gitarist van de Amerikaanse band Real Estate, kruipt hij met zijproject Ducktails nu pas de underground uit. Ooit gestart als solo-uitje krijgt inmiddels hulp van verschillende muzikale vrienden. Zo leveren leden van onder andere Ford + Lopatin, Cults, Outer Limitz en Oneohtrix Point Fever een bijdrage aan The Flower Lane. Mede door een platencontract bij Domino Records komt Ducktails nu pas bovendrijven. Opmerkelijk, want het is inmiddels al het vierde album van Mondanile en consorten. Oefening baart kunst, blijkt dan ook op The Flower Lane. Veertig minuten voor tien liedjes; zonder maar een moment te vervelen. Op de oppervlakte lijkt het mogelijk alsof Mondanile melodieuze hits wil maken die daarvoor dan weer de benodigde kracht missen. Een goede luisterbeurt verder blijkt echter dat dat waarschijnlijk geenszins de intentie was. Ducktails maakt indiepop met invloeden uit de jaren tachtig en klinkt op The Flower Lane melancholisch doch zorgeloos. Mede door het gebruik van de saxofoon, zoals in “Under Cover”, doet de muziek regelmatig denken aan een minder zweverige versie van Destroyer – zomeravondliedjes om bij te dromen.Na een sterke opening gooit Mondanile het tempo wat omhoog. Hierdoor klopt er iets niet in het totaalplaatje, maar dit maakt het juist interessant. Niet dat het middenstuk echt indrukwekkend is, daarvoor zijn de liedjes niet sterk genoeg. Pas vanaf het instrumentale “International Date Line” overtuigt The Flower Lane weer echt. Daarna komt als geroepen een hoogtepuntje in de vorm van “Letter of Intent”. Mondanile focust zich hier alleen op de instrumenten en laat de vocalen over aan Jessa Farkas (Future Shuttle) en Ian Drennan (Big Troubles). Beiden passen verrassend goed bij de muziek van Ducktails en deze onverwachte wending zorgt net voor de variatie die de plaat nodig heeft. Als vervolgens wordt geëindigd met het Kurt Vile-achtige “Academy Avenue” is het album compleet. The Flower Lane is een blijvertje voor aankomende zomer.

File: Ducktails – The Flower Lane
File Under: Klaar voor de zomer
File Audio: [MySpace] [Grooveshark][Bandcamp]
File Video: [Letter of Intent]
File Facebook: [Facebook]
File Gastschrijver: Jurre

David Bowie – The Next Day

ISO / Columbia

david_bowie-the_next_day.jpgNadat David Bowie – in mijn optiek de beste solo-artiest ooit – na bijna negen jaar weer met een studio-album is gekomen, kon ik niet anders dan met blijdschap reageren. Ook al verwachtte ik in eerste instantie niet dat ik het een goed album zou vinden, had het meer een symbolische betekenis. Mijn favoriete artiest, die 42 jaar geleden nog als Marlene Dietrich-lookalike op de gevoelige plaat werd gezet, was nog springlevend; ondanks eerdere berichten over hartaanvallen, waardoor ik even bang was dat het BNN-programma Golden Oldies wel eens zijn laatste prestatie zou kunnen zijn.
Ik weet nog goed dat ik jaren geleden ergens op het internet las dat iemand zei dat hij/zij hoopte dat Reality niet Bowie's laatste album zou zijn, omdat hij een beter afscheid verdiende. Hier was ik het in wezen wel mee eens. Iemand van Bowie's kaliber kon inderdaad beter dan eindigen met een album waarop hij meermaals benadrukte dat er jaren geleden niemand was die Pablo Picasso een 'asshole' noemde. Wanneer iemand mij voor 2004 had gevraagd “denk je dat Pablo Picasso ooit een 'asshole' is genoemd?”, had ik daar naar alle waarschijnlijkheid ook negatief op geantwoord, zonder de extra bevestiging van de heer Jones nodig te hebben.
Toen de releasedatum bekend werd, heb ik de Deluxe Edition besteld via een webshop die ooit is opgericht door twee Duitse broers met extreem overgewicht, waarna hij keurig op 8 maart werd verzonden. Nadat ik cdparanoia aan het werk heb gezet om het geheel om te zetten naar FLAC's, was het eindelijk tijd om het geheel eens te gaan beluisteren. Ik moet overigens wel bekennen dat het materiaal niet geheel nieuw voor me was, aangezien zowel “Where Are We Now?” als “The Stars (Are Out Tonight)” al eerder via het internet te bekijken en beluisteren waren, waarvan met name het laatstgenoemde nummer mij zeer positief heeft verrast.
Ik vind The Next Day eigenlijk Bowie's beste album sinds jaren (wat ook niet zo gek is na negen jaar radiostilte natuurlijk). Eerder werd van Heathen al gezegd dat het zijn beste album sinds Scary Monsters (and Super Creeps) was, waarmee ik het ook eens was; maar dit album is wat mij betreft nog beter. Wellicht heeft dat ook wel te maken met het feit dat ik nu nog meer waardering voor zijn gedane moeite heb, aangezien de man weer bijna tien jaar ouder is en nog steeds niet kaal lijkt te worden. Dat neemt natuurlijk niet weg dat Hunky Dory zijn beste album ooit blijft, nauw gevolgd door The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars, en dan een hele tijd niets; maar ik verwacht ook niet dat er überhaupt iemand is geweest die had verwacht dat hij zijn meesterwerken van ruim 40 jaar geleden ooit nog zou verbeteren.
Iets wat ik wel apart vind, is dat hij behoorlijk wat tijd, geld en moeite in z'n videoclips heeft gestoken, maar dan zo weinig inspanning heeft gedaan voor de albumcover. Het is letterlijk de cover van Heroes met een streep door de titel en een wit vlak over het geheel getrokken; iets dat iedere dorpsidioot met GIMP of Inkscape binnen een minuut kan realiseren. Volgens het internet is dit echter niet waar: het is niet het uiteindelijke ontwerp dat belangrijk is, maar de weg er naartoe. Het is een statement en het is kunst. Dus.
Over videoclips gesproken; de eerste reactie van mijn moeder op de clip van “The Stars (Are Out Tonight)” was “die oude man vindt het echt nog steeds leuk om met een stel homo's te dansen hè?”, wat ik een erg grondige analyse van het geheel vond. Ik moet zeggen dat ik het een sterke hitsingle vind, voor zover er vandaag de dag nog over hits en singles gesproken kan worden. Nu bezit ik gelukkig geen FM-tuners, maar ik kan me voorstellen dat het hier en daar wel wat airplay krijgt, wat volgens mij sinds het extreem hinderlijke duet met Tina Turner niet meer is gelukt.
Het zijn overigens niet de twee overduidelijke singles die mijn favoriete nummers van het album zijn; dat is (zoals menigeen die mij kent zal verwachten) “You Feel So Lonely You Could Die”. Niet alleen vanwege de titel en de tekst, maar ook vanwege de drumoutro die toch wel heel veel weg heeft van die van “Five Years in '72”. “How Does the Grass Grow?” en “I'll Take You There” zijn ook heel sterk, al staat laatstgenoemde alleen op de Deluxe Edition.
Al met al is het één van Bowie's weinige albums na Let's Dance die ik mezelf nog wel regelmatig zie draaien. Uiteraard zal ik het niet zo grijs draaien als de geripte FLAC's van Hunky Dory en Ziggy Stardust, maar z'n albums uit de jaren '90 draai ik eigenlijk helemaal nooit, ook al liggen alle originelen hier in de kast en staan ze lossless op een hele lading harde schijven. Het is een duidelijk “Tony Visconti-album”, zoals z'n vroege werk dat ook was. De band om hem heen is zoals altijd goed, en als zijnde een zeer matige bassist ben ik al jaren fan van Gail Ann Dorsey; wat mij betreft de beste vrouwelijke bassist tot nu toe. Ze speelt al sinds de jaren '90 met Bowie en is ook op dit album weer op bijna ieder nummer van de partij, afgewisseld met Tony Levin en Tony Visconti zelf.
Jammer genoeg is het album niet echt geweldig gemasterd, waardoor de baslijnen niet heel erg goed te volgen zijn. (Iets dat op bijvoorbeeld Heathen wel het geval was.) Het ironische van moderne technologie is dat de geluidskwaliteit er alleen maar op achteruit lijkt te gaan. Ik vind dat dat de schuld van een zeker bedrijf uit Cupertino is. Door alles maar te vereenvoudigen, denkt werkelijk iedereen tegenwoordig talent te hebben. Audiomastering is een vak apart, al ben je tegenwoordig al gekwalificeerd wanneer je een bankrekening groot genoeg voor de aanschaf van een zekere glimmende laptop met een verlicht toetsenbord en een plaatje van een vrucht erop hebt.
Het lijkt erop dat zelfs de doorgewinterde audio engineers hierdoor hun verwachtingen hebben bijgesteld. Zelfs vinylpersingen van vandaag de dag klinken over het algemeen net zo slecht als de cd-edities, dus men lijkt kennelijk toch een manier te hebben gevonden om ook dáár aan de loudness wars te beginnen.
Dit heeft wellicht ook wel te maken met het feit dat de meeste platenmaatschappijen tegenwoordig verwachten dat het overgrote merendeel van hun klanten de geproduceerde muziek uitsluitend af zal spelen met behulp van lossy compressie en “luidsprekers” met afmetingen vergelijkbaar met hun tepels op een koude decembermorgen; wat voor mij – iemand die niet eens een mobiele telefoon bezit, laat staan een exemplaar slimmer dan ikzelf – vrij onbegrijpelijk is. Als audiofiel van de oude stempel, valt de kwaliteit me dan wel een beetje tegen, maar dat komt meer door de tijdsgeest dan door dit specifieke album. En het gaat natuurlijk om de muziek; niet om het geluid. Dat neemt niet weg dat ik wel regelmatig heb geprobeerd om de bas zelf over te dubben, maar door mijn algehele gebrek aan muzikaal talent, is dat niet bepaald een verbetering geworden, en raad ik iedereen dan ook ten zeerste af om eventuele studiosessies te komen bezoeken.

File: David Bowie – The Next Day
File Under: De comeback van een oude rocker met een nog opvallend weelderige haardos.
File Video: [Where are we now?]
File Gastschrijver: Cindy

Stornoway – Tales From Terra Firma

4AD / V2

Stornoway - Tales From Terra FirmaMet ontzettend positieve recensies op zak voor Beachcombers Windowsill en het panel van de BBC Sound of 2010 achter zich, leek Stornoway klaar voor een grootse toekomst. Maar nadat de Britten in 2010 tijdens London Calling volledig door de mand vielen in de grote zaal van Paradiso, is de aandacht voor Stornoway in Nederland flink verslapt. Onterecht, want enkele maanden later gaven ze in hetzelfde Paradiso een geweldig concert. Dit keer in de kleine bovenzaal, waar hun muziek ook thuishoort. Want de geluiden die de jongens uit Oxford produceren voelen warm aan. Het is de ideale soundtrack voor een ingetogen septemberavond; noem het gerust aangename huiskamermuziek. Drie jaar na het debuut volgt dan eindelijk Tales From Terra Firma. In dit geval is zeker te spreken van een 'moeilijke tweede'. Dat is voornamelijk omdat de heren dat er zelf naar maken. Nummers duren telkens een minuut langer, alles is net iets meer gelaagd en er worden ook meer verschillende instrumenten gebruikt. Maar waar Stornoway op het debuut nog raakte, gebeurt dit niet meer op het tweede album. Af en toe is het best mooi, maar het ontroert niet. Soms zit er een leuk en vrolijk liedje tussen, maar toch tovert het geen glimlach op het gezicht. Veel is er niet veranderd in vergelijking met het eerdere werk. Maar door de muziek wat ingewikkelder te maken raakt het juist het pakkende gedeelte kwijt. Dat maakt Tales From Terra Firma een hele degelijke plaat, zonder de overtuiging van het debuut.

File: Stornoway – Tales From Terra Firma
File Under: Degelijke folkpop zonder overtuiging
File Audio: [MySpace] [Soundcloud][Grooveshark][Bandcamp]
File Video: [Knock Me On The Head]
File Twitter: [Tweets]
File Facebook: [Facebook]